Wet op het primair onderwijs en Wet op het voortgezet onderwijs

De Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) bepalen hoe het funderend onderwijs in grote lijnen geregeld moet zijn. Door de Wijzigingswet passend onderwijs zijn hier belangrijke punten aan toegevoegd en gewijzigd die van invloed zijn op het werk van de pedagoog binnen het onderwijs, namelijk:

  • Zorgplicht: het schoolbestuur waarbij het kind wordt aangemeld óf al op school zit is verantwoordelijk voor het bieden van een passende plek voor dat kind. Ook als het kind extra ondersteuning nodig heeft. Op de eigen school of, als de school niet de juiste begeleiding kan bieden, op een andere reguliere of speciale school. Een pedagoog kan een belangrijke rol spelen in het adviseren over en vormgeven van een passende onderwijsplek (art. 40 lid 4 WPO; art. 27 lid 2 c WVO);
  • Samenwerkingsverbanden: Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden, werken schoolbesturen samen in regionale samenwerkingsverbanden: 76 in het primair onderwijs en 74 in het voortgezet onderwijs. Het samenwerkingsverband maakt gezamenlijk een ondersteuningsplan waarin zij vastleggen hoe zij regelen dat ieder kind binnen hun samenwerkingsverband een passende plek kan krijgen. Steeds meer pedagogen zijn niet meer in dienst bij een schoolbestuur, maar bij het samenwerkingsverband (art. 18a WPO; art.17a WVO);
  • Ontwikkelingsperspectief: In het ontwikkelingsperspectief (OPP) beschrijft de school de doelen die een leerling kan halen. Het biedt handvatten waarmee de leraar het onderwijs kan afstemmen op de onderwijsbehoeften van de leerling. Het is verplicht voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven en voor leerlingen die praktijkonderwijs volgen. Pas na op overeenstemming gericht overleg met de ouders kan het bevoegd gezag een ontwikkelingsperspectief vaststellen. Pedagogen spelen vaak een rol bij het opstellen van een ontwikkelingsperspectief, als opsteller of adviseur ( art. 40a WPO; art. 26 WVO);
  • Toelaatbaarheidsverklaring: Als een kind beter op zijn plaats is op het speciaal onderwijs moet de school bij het samenwerkingsverband een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs (art. 18a lid 11 WPO; art. 17a lid 12 WVO). Hier moet een orthopedagoog of psycholoog worden geraadpleegd als deskundige. Dit volgt vanuit AMvB passend onderwijs (zie hieronder).


Wettekst WPO
Wettekst WVO