In mijn regio is er een wachttijd tot een half jaar bij een grote GGZ-instelling, terwijl andere (vrijgevestigde) aanbieders wel op korte termijn zorg kunnen leveren. Kan een gemeente dit zomaar accepteren?

Een wachttijd is inderdaad onwenselijk, in eerste instantie voor de cliënt maar ook voor de aanbieder en gemeente, die moet zorgen voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp. Wanneer u lange wachttijden constateert in de regio, kunt u hierover het gesprek aangaan met de gemeente.

In de volwassenen ggz kennen we de Treeknormen voor de acceptabele lengte van wachttijden. Dit zijn geen wettelijk vastgelegde afspraken, maar u kunt daaraan refereren. Meer hierover leest u ook in de Handreiking 'Inkoop jeugdhulp bij vrijgevestigden' van o.a. NVO en NIP. Belangrijk is het knelpunt te benoemen en te wijzen op de unieke positie van vrijgevestigden die hier een oplossing voor (te) lange wachttijden kunnen bieden.

Ten slotte heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de lange wachttijden ook geconstateerd en onlangs via hun website de gemeenten opgeroepen hierover duidelijke afspraken te maken met de gecontracteerde aanbieders. Het is overigens de vraag of (lange) wachttijden internationaalrechtelijk zijn toegestaan; het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind verhoudt zich niet goed tot deze wachttijden.