Het Hoofdlijnenakkoord GGZ (HLA GGZ) 2019-2022 en de orthopedagoog (-generalist)

Op 11 juli stelden partijen het Hoofdlijnenakkoord GGZ vast. Wat betekent dit voor u als orthopedagoog (-generalist)?  De NVO zet het voor u op een rij. Het hoofdlijnenakkoord kunt u hier nalezen.


Komt er de komende jaren meer financiële ruimte in de ggz? 
Ja, de ggz-zorg mag gemiddeld groeien met 1 procent: de gemiddelde volumegroei is 1 procent over vier jaar. Om de transitie naar zorg op de juiste plek mogelijk te maken en de ambities van dit akkoord te realiseren, betekent dit dat er vanaf 2022 structureel iets meer dan 200 miljoen extra per jaar beschikbaar is voor het macrokader GGZ. Dit kan worden ingezet voor onder andere meer opleidingscapaciteit en volumegroei (meer geleverde zorg). Hierdoor worden professionals in de ggz extra in gelegenheid gesteld om bij- en nascholing te volgen en beschikbare mensen worden beter ingezet.

Biedt dit akkoord  oplossingen voor de wachtlijsten in de ggz?
Ja en nee. Het akkoord gaat expliciet in op wachtlijsten en benoemt maatregelen. Zo ontwikkelen ZN, GGZ Nederland, MeerGGZ en MIND voor half juli 2018 een actieplan voor een vervolgaanpak wachttijden.
Het akkoord spreekt over verruiming van het regiebehandelaarschap, maar beperkt de beroepsgroepen die dit mogen uitoefenen vooralsnog tot de ‘staande’ beroepsgroepen in het Kwaliteitsstatuut. Een eventuele verdere verruiming wordt verschoven naar het moment waarop het Kwaliteitsstatuut wordt geëvalueerd (voorjaar 2019). Het akkoord komt met extra opleidingsplaatsen voor gezondheidszorgpsychologen. Omdat er doorlooptijd zit tussen instroom in een opleiding en toetreding tot de arbeidsmarkt als gezondheidszorgpsycholoog zal het enkele jaren duren voordat deze maatregel effect heeft op de wachtlijsten.

Kan ik als orthopedagoog-generalist regiebehandelaar zijn?
Nee dat kan niet. Wel biedt het huidige Kwaliteitsstatuut de mogelijkheid om, als u onder de voorwaarden van de Jeugdwet (SKJ-registratie) een jongere behandelt die achttien jaar wordt, maximaal een jaar door te behandelen. Die mogelijkheid verandert vooralsnog niet.
De Jeugdwet kent het begrip ‘regiebehandelaar’ niet, hier geldt: als uw gemeente dat begrip wel hanteert binnen de jeugdhulp, dan is dat op eigen initiatief; er ligt geen wet- en regelgeving aan ten grondslag.

Heb ik als orthopedagoog iets aan de extra opleidingsplaatsen?
Ja, dat zou kunnen. De opleiding tot orthopedagoog geeft toegang tot de opleiding gezondheidszorgpsycholoog. Een verruiming van het aantal plaatsen vergroot dus uw kansen op een opleidingsplaats.
Er komen 150 opleidingsplaatsen bij voor gz-psychologen en er komt een eenmalige investering van 20 miljoen euro in opleidingen die het meest bijdragen aan het oplossen van de wachttijden. Ook is 50 miljoen extra euro beschikbaar voor de sector, bijvoorbeeld voor extra opleidingscapaciteit in 2019.

Geldt het akkoord ook voor de Jeugd-ggz?
Nee. Het Hoofdlijnenakkoord  heeft betrekking op de geestelijke gezondheidszorg, dat wil zeggen voor volwassenen vanaf 18 jaar. De Jeugd-ggz valt onder de Jeugdwet en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Een gemeente die het akkoord toepast op jeugd-ggz doet dat op eigen initiatief. Mocht u daardoor worden belemmerd in de uitoefening van uw functie, laat dat dan aan de NVO  weten. Wij kunnen u van informatie voorzien om in gesprek te gaan met uw gemeente. In voorkomende gevallen kan een intermediair van de VNG mogelijk uitkomst bieden.

Maar in het akkoord wordt wel gesproken over Jeugd?
Ja, zeker:

  1. De partijen ‘committeren zich aan de afspraken uit het actieprogramma Zorg voor de Jeugd, in het bijzonder aan de acties gericht op het soepel verlopen van de overgang naar volwassenheid (18-/18+)’. Het akkoord geeft niet aan hoe dat commitment vorm krijgt hoe de ggz hier een specifieke bijdrage aan gaat leveren.
  2. Aansluitend bij het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis doen behandelaren in de volwassen-ggz een kindcheck. Daarnaast wordt vanuit de volwassen-ggz bijgedragen aan het duurzaam oplossen van de problematiek van kindermishandeling en huiselijk geweld. Het is goed dat dit nog eens onder de aandacht wordt gebracht, maar de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt dit ook nu al.


Wat gaat de nieuwe beroepenstructuur inhouden?
Dat is nog onbekend. De NVO vindt dat het huidige beroepengebouw te weinig uit gaat van de zorgbehoefte van de cliënt en te eenzijdig gericht is op de ggz. Daarom bepleit zij voor een project om de beroepenstructuur vanuit de zorgbehoefte op de domeinen ggz, jeugdhulp en langdurige zorg van de grond van af aan opnieuw op te zetten. Dat project is onder de vlag van P3NL opgepakt en heeft een plek gekregen in het Akkoord. De eerste fase van het project loopt tot januari 2019 en is vooral inventariserend van aard: Welke relevante onderzoeken tonen die zorgbehoefte aan? Welke concepten over (de organisatie van) zorg liggen ten grondslag aan nieuwe wet- en regelgeving? De initiatiefnemende beroepsverenigingen (NIP, NVO, NVP en NVgZp) realiseren zich dat zij in een volgende fase noodgedwongen zullen moeten afbakenen, maar daarvoor moet juist fase 1 tot criteria leiden.

Was de NVO betrokken bij het tot stand komen van het Akkoord?
Ja en nee: P3NL nam mede namens de NVO deel aan de onderhandelingen. P3NL vertegenwoordigde daarmee zo’n acht andere beroepsverenigingen. Het NIP nam zelfstandig deel aan de onderhandelingen. Andere ondertekenende partijen zijn: GGZ Nederland (GGZ NL), MIND Landelijk Platform (MIND), Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVVP), Platform MEERGGZ, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), InEen, vereniging voor eerstelijnsorganisaties, Federatie Opvang (FO), RIBW Alliantie, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en het Ministerie van VWS. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) nam deel aan de besprekingen, onder andere vanwege de afstemming met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), maar ondertekende niet mee; de gemeente  is immers niet verantwoordelijk voor de ggz zoals de Zorgverzekeringswet die regelt.

Wat vindt de NVO van het Hoofdlijnenakkoord GGZ?
De NVO staat (uitermate) positief tegenover het Hoofdlijnenakkoord waar het de visie/ambities en de doelstellingen betreft. Het document is veelzijdig, neemt diverse goede ontwikkelingen mee en biedt daarmee perspectief op een betere ggz.

Wel heeft de NVO drie kritische kanttekeningen:

  1. Het akkoord benoemt terecht de wachtlijstproblematiek als één van de grootste knelpunten in de huidige ggz. Tegen dat licht is het voor de NVO onbegrijpelijk dat het akkoord verruiming van het regiebehandelaarschap met de mond belijdt, maar alle concrete oplossingen vooruit schuift. Uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen is mooi, maar biedt pas over enkele jaren soelaas, de evaluatie van het Kwaliteitsstatuut is pas in het voorjaar van 2019 en met zowel besluitvorming over eventuele aanpassingen als operationalisering van die aanpassingen zal geruime tijd zijn gemoeid. In die tussentijd blijven goed toegeruste postmaster opgeleide professionals, die in ieder geval op onderdelen hulp zouden kunnen bieden (zoals  diagnose en behandeling van autisme;  behandeling van ouders met een psychisch probleem; integrale gezinshulp) aan de zijlijn staan;
  2. Bij het beroepenstructuur staat dat P3NL dit oppakt met de beroepsverenigingen én de patiëntenorganisaties. Het is mooi dat het initiatief tot een nieuwe  beroepenstructuur op deze manier een formele plek krijgt; tegelijkertijd is het ook een aandachtspunt. Onze ambitie is om een beroepenstructuur te ontwikkelen op basis van ontwikkelingen in de ggz, in de jeugdhulp en in de langdurige zorg. Het feit dat het project nu een plek heeft gekregen in dít hoofdlijnenakkoord mag er niet toe leiden dat de scope beperkt is tot de ggz. De NVO is daarnaast verbaasd over de toevoeging ‘patiëntenorganisaties’. Initiatiefnemers zijn de vier beroepsverenigingen. De nadrukkelijke intentie is om met alle betrokkenen af te stemmen; dat zijn naast cliëntenorganisaties met name ook werkgevers en opleidingen in de domeinen ggz, jeugdhulp en langdurige zorg. Het is vreemd dat van die partijen alleen ‘patiëntorganisaties’ –wij spreken overigens over ‘cliëntorganisaties’- worden genoemd;  
  3. Het akkoord heeft ook aandacht voor kinderen en jeugd; dit komt naar voren in enkele zinsnedes over de ‘kindcheck’ en over het programma Zorg voor de Jeugd. Een concretisering van wat dit betekent, bijvoorbeeld als het gaat om de inzet van de juiste expertise (de juiste professional op de juiste plek)  blijft echter achterwege.