Het Kwaliteitsstatuut GGZ

De commissie Hoofdbehandelaarschap GGZ (met Pauline Meurs als voorzitter) heeft het begrip Kwaliteitsstatuut geïntroduceerd in haar advies Hoofdbehandelaar GGZ als noodgreep (mei 2015). Volgens de commissie was het hoofdbehandelaarschap te veel verworden tot een financieel instrument en stelde daarom voor om het begrip te vervangen door ‘regiebehandelaar’ en te koppelen aan een Kwaliteitsstatuut.

In het najaar van 2015 ontwikkelden de zogeheten veldpartijen dat Kwaliteitsstatuut dat ze begin 2016 op bestuurlijk niveau akkoord gaven. Het Zorginstituut Nederland heeft het in het voorjaar van 2016 als veldnorm opgenomen in zijn Register.

Vanaf 1 januari 2017 zijn aanbieders van geestelijke gezondheidszorg, binnen de Zorgverzekeringswet, verplicht om een Kwaliteitsstatuut te hebben. Het regiebehandelaarschap is gelimiteerd tot beroepen die het Kwaliteitsstatuut noemt. Daaronder vallen de:

  • klinisch psycholoog
  • klinisch neuropsycholoog
  • gezondheidszorgpsycholoog
  • psychotherapeut

De veldpartijen hebben besloten dat een BIG-registratie vereist is om als regiebehandelaar te kunnen functioneren en te worden vergoed. De orthopedagoog generalist is nog niet BIG-geregistreerd en komt dus nog niet in aanmerking, ondanks het feit dat de commissie Meurs expliciet stelde dat het wenselijk is dat de orthopedagoog generalist deze functie kan vervullen. De (wat status betreft vergelijkbare) toelichting op het Kwaliteitsstatuut vermeldt de orthopedagoog generalist wel. Het Kwaliteitsstatuut maakt een onderscheid naar professionals in loondienst en zelfstandig gevestigden.    


Wat doet de NVO?
De NVO heeft van meet af aan aangegeven dat zij het advies van de Commissie Meurs van harte ondersteunt, zeker ook wat betreft het begrip en de beoogde betekenis en invulling van het regiebehandelaarschap. De NVO heeft zich echter ook van meet af aan verzet tegen een gelimiteerde lijst van professionals die deze functie zouden kunnen en mogen vervullen; daarmee verdwijnt immers weer de specifieke vraag van de cliënt en de specifieke behoefte die de context van die cliënt vraagt, uit beeld.

De NVO verstuurde tal van brieven (zie geschiedenis en doorlooptijd), zowel aan veldpartijen als aan het departement. Daarbij wees zij voortdurend op haar principiële bezwaren, maar ook op risico’s die ontstaan als bepaalde groepen, die nu bijvoorbeeld nog onder de langdurige zorg vallen, aangewezen zouden zijn op de zorgverzekeringswet.

De NVO probeerde vervolgens om de orthopedagoog generalist via het zogeheten experimenteerartikel tijdelijk de mogelijkheid te bieden als regiebehandelaar te functioneren, totdat opname in de Wet BIG een feit zou zijn.

Voor een hoorzitting met het Zorginstituut Nederland, die de NVO wist te bewerkstelligen, ontwikkelde de NVO een speciaal position paper.

Tot groot ongenoegen van de NVO is het Kwaliteitsstatuut echter niet aangepast, met uitzondering van een verwijzing in de Toelichting (die wel formele status heeft) naar de beroepsgroep.

De NVO regelt nu dat er, voor cliënten die gedurende hun behandeling achttien jaar worden, continuïteit van zorg is door een verbinding te leggen tussen het Kwaliteitsregister Jeugd (jeugdwet) en het regiebehandelaarschap (Zorgverzekeringswet). Zie ook Uitgelicht.

Intussen werkt de NVO hard aan het realiseren van het wetsvoorstel en onderliggende regelgeving om de orthopedagoog generalist op te nemen in de Wet Big.

Leden van de NVO die gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog of klinisch neuropsycholoog zijn, kunnen natuurlijk wel als regiebehandelaar fungeren. Voor hen zorgt de NVO dat op de website en in de nieuwsbrief actuele informatie over het Kwaliteitsstatuut beschikbaar is.


Nuttige link