De kernboodschap van de wet zorg en dwang

‘Dwang, alleen als het echt niet anders kan’....

Het inzetten van zorg die iemand echt niet wil, is altijd een laatste redmiddel. Het uitgangspunt van de Wet zorg en dwang is dat onvrijwillige zorg niet wordt toegepast, tenzij….De wet geldt niet alleen in instellingen, maar bijvoorbeeld ook thuis of op de dagbesteding.

Onvrijwillige zorg moet zo kort mogelijk en op de minst ingrijpende manier plaatsvinden.

Ieder mens heeft immers het recht om in vrijheid te leven en eigen keuzes te maken: zelf beslissen hoe je je dag doorbrengt en waar je woont.

Dit geldt ook voor mensen met een verstandelijke beperking of met dementie. Ze hebben weliswaar zorg en ondersteuning nodig, maar dat moet zoveel mogelijk zorg zijn waar ze zelf voor kiezen. Daar maken de cliënt en zorgverlener samen afspraken over. >> lees verder

Aanpassingswet zorg en dwang

De aanpassingswet is een wijziging op de Wet zorg en dwang en regelt dat de functie van Wzd-arts wordt uitgebreid naar Wzd-functionaris. Dit betekent dat naast artsen ook orthopedagogen-generalist en gz-psychologen de rol van Wzd-functionaris kunnen vervullen. De aanpassingswet is op 9 juli 2019 door de Eerste Kamer aangenomen. De aanpassingswet regelt ook de inzet van de externe deskundige als het alle tot dan toe betrokken zorgprofessionals niet is gelukt om de onvrijwillige zorg binnen de gestelde termijnen van artikel 10 Wzd af te bouwen.