Hoe staat de NVO tegenover dwang als het gaat om thuiszittende leerlingen?

De NVO is op tal van terreinen betrokken bij het terugdringen van onvrijwillige zorg; dat geldt bijvoorbeeld voor onvrijwillige zorg in de gesloten jeugdhulp, voor het terugdringen van uithuisplaatsing en voor de invoering van de Wet zorg en dwang in de gehandicaptenzorg. De vakinhoudelijke richtlijn ‘samen beslissen’, waaraan orthopedagogen die in de jeugdhulp werken zijn gehouden, borgt dat zij zoveel mogelijk samen met ouders en kinderen, tot een doelstelling en aanpak komen. Dat kán tot onconventionele oplossingen leiden. Belangrijk is dat ouders, zolang een jeugdige jonger is dan 16, altijd de verantwoordelijkheid dragen, tenzij de rechter hen uit de ouderlijke macht heeft ontzet.

Niettemin zijn er situaties dat de orthopedagoog tegen de zin van ouders en/of de jeugdige handelt; de orthopedagoog zal uiteindelijk altijd het belang van het kind kiezen. Maar ook in situaties dat belangen van ouders en kinderen schijnbaar tegenover elkaar staan, zijn er richtlijnen, Denk aan de richtlijn scheiding, de richtlijn uithuisplaatsing en de richtlijn kindermishandeling. Ook biedt jurisprudentie van de NVO-tuchtcolleges inzicht in al dan niet verantwoord handelen door een orthopedagoog in dergelijke situaties.

In geval van thuiszittende leerlingen is er behalve de verantwoordelijkheid van de ouders ook de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van scholen en de verantwoordelijkheid van de leerplichtambtenaar. Scholen en leerplichtambtenaren zijn gehouden aan o.a. aan de leerplicht. Het bevoegd gezag heeft zorgplicht als een leerling extra ondersteuning nodig heeft. Het kán zijn dat orthopedagogen het bevoegd gezag van de school ondersteunen in de ontwikkeling en uitvoering van hun beleid om thuiszittende leerlingen tegen te gaan. Ook dan zullen zij gericht zijn op het samen brengen van alle betrokkenen en streven naar samen-beslissen. Soms worden ouders en leerling in zo’n proces ondersteund door een andere orthopedagoog. Het is echter mogelijk dat het bevoegd gezag een besluit neemt dat niet strookt met de wens van de ouders of de leerling zelf; dat kan zich bijvoorbeeld voordoen als de school het ontwikkelingsperspectief van de leerling anders inschat dan ouders of leerling, als de school van mening is dat de leerling voor zijn ontwikkeling of welbevinden beter af is bij een andere school (al dan niet speciaal onderwijs) of als naar mening van de school de veiligheid van medeleerlingen en onderwijspersoneel in het geding is. De school moet zo’n eventueel voorgenomen besluit altijd tijdig aan ouders mededelen en hen gelegenheid bieden tot overleg. Ouders hebben het recht tegen zo’n voorgenomen besluit van de school bezwaar aan te tekenen en/of een klacht in te dienen.

Ouders kunnen een geschil ook voorleggen aan de Geschillencommissie passend onderwijs, die is ondergebracht bij de Stichting Onderwijsgeschillen. De uitspraak van die commissie is overigens niet bindend, wel wordt uitvoering van het voorgenomen besluit van de school in zo’n situatie aangehouden. De uitspraken van de commissie zijn openbaar en te vinden op de site van Stichting Onderwijsgeschillen.