Thuiszittende leerlingen

Éen van de doelstellingen van passend onderwijs is het terugdringen van het aantal thuiszittende leerlingen. Alle inzet en initiatieven ten spijt is het tot op heden nog onvoldoende gelukt om deze ambitie te realiseren. Het vraagstuk van thuiszittende leerlingen blijkt hardnekkig. Op deze pagina gaan we in op de visie van de NVO op het vraagstuk en op de rol die (ortho)pedagogen kunnen spelen en de bijdrage die zij kunnen leveren.

Visie NVO
We willen het liefst dat alle kinderen naar school gaan. Dat ze zich daar prettig en veilig voelen en zich in alle opzichten optimaal kunnen ontwikkelen. Bij de meeste kinderen gaat dat probleemloos. In sommige situaties is het lastiger. Dat kan aan de leerling, de ouder of de school liggen en eigenlijk kunnen we ervan uitgaan dat het altijd gaat om het samenspel tussen hen. Meestal willen ouders en leerlingen niets liever dan zo gewoon mogelijk naar school gaan. Daar hebben ze soms hulp en begeleiding bij nodig.

Ook leerkrachten en schoolleiding hebben daar soms behoefte aan. Het is belangrijk om samen tot een goede aanpak te komen. En er zijn óók situaties waarin we met elkaar moeten concluderen dat de combinatie van dít kind en een schoolse situatie, al dan niet tijdelijk, niet past. Dat zijn gelukkig uitzonderingssituaties, maar ze zijn er wel en ze hebben het recht gezien en erkend te worden.

Een beslissing om niét naar school te gaan is net zo ingrijpend als interventies om dat, soms met veel moeite en kleine stapjes, te blijven proberen. Kinderen hebben recht op onderwijs. Niet naar school gaan betekent dat het onderwijs, tijdelijk of structureel, heel goed georganiseerd moet worden. En opnieuw, in samenspraak met alle betrokkenen.

De rol van (ortho)pedagogen
Vooral (ortho)edagogen in het onderwijs, maar ook (ortho)pedagogen in de jeugdhulp en in de gehandicaptenzorg werken met en voor leerlingen met een extra ondersteuningsvraag en/of leerlingen die een verhoogd risico hebben op thuiszitten of die thuis zijn komen te zitten, met hun ouders, hun leerkrachten en de schoolleiding en schoolbesturen. Die laatsten hebben vanwege hun zorgplicht de verantwoordelijkheid voor toelating, verwijdering, het opstellen van een ontwikkelingsperspectief voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en voor eventuele doorverwijzing naar speciaal onderwijs. Orthopedagogen kunnen ook de coördinatie hebben binnen een school voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, tussen verschillende scholen of tussen onderwijs en jeugdhulp.

(Ortho)pedagogen in het onderwijs kunnen in dienst zijn van een samenwerkingsverband, van een schoolbestuur of van een onderwijsadviserende organanisatie. Het is ook mogelijk dat ouders hen inschakelen, vanuit een jeugdhulpaanbieder of als zelfstandig gevestigde, voor begeleiding en ondersteuning van hun kind.

Het werk van een (ortho)pedagoog kan dus variëren van heel individuele ondersteuning en begeleiding tot aan zorgcoördinatie of zorgbeleid van een school of samenwerkingsverband. Of een combinatie daarvan. Kenmerkend is dat (ortho)pedagogen de verschillende opvoedingsrelaties in kaart brengen en analyseren en van daaruit, wetenschappelijk en evidence-onderbouwd, de diverse actoren bij elkaar brengen om samen een aanpak ontwikkelen en uit te voeren. De NVO wil graag dat zij, binnen een onderwijsorganisatie, die rol pakken.

Downloads