Wat wordt in de internetconsultatie gevraagd?

In de internetconsultatie worden drie concrete vragen gesteld.

  1. De eerste vraag gaat over dat wat een orthopedagoog-generalist moet hebben geleerd en wat hij kan, zijn competenties: In artikel 3, tweede en derde lid, staan de eisen die aan het onderwijs en de werkervaring in de opleiding tot orthopedagoog-generalist worden gesteld. In de artikelen 4 en 5 (in het bijzonder: artikel 5, eerste lid) staan de competenties die hiermee worden verworven. Worden hiermee alle aspecten van de beroepsuitoefening van de orthopedagoog-generalist bestreken? Zo nee, welke aspecten mist u?
  2. De tweede vraag gaat over wie in de overgangssituatie kan worden toegelaten tot het BIG-register: In artikel 10 staat de speciale instroomregeling voor orthopedagogen-generalist beschreven. Deze heeft twee varianten. Het doel van de instroomregeling is om diegene die nu al het beroep van orthopedagoog-generalist uitoefent en die is opgeleid op het in dit besluit beoogde opleidingsniveau de mogelijkheid te bieden om zich in te schrijven in het BIG-register. Wordt dat doel hiermee volgens u bereikt? Zo nee, welke opleidingen, die volgens u vergelijkbaar zijn met niveau van de in dit besluit aangewezen opleidingen, ontbreken nog in de instroomregeling?
  3. De derde vraag is algemeen: Zijn er andere punten in het ontwerpbesluit die naar uw mening aandacht behoeven of die het ontwerp kunnen versterken?

NB. Het Besluit zoals dat nu is geformuleerd maakt het iedereen die een individueel opleidingstraject heeft gevolgd, mogelijk om in te stromen. Dat geldt ook voor degenen die nu een opleiding volgen, met dien verstande dat zij die vóór 2023 met succes moeten afronden.