Wie geeft toestemming: jeugdige, ouders, mentor of iemand anders?

Bij het aangaan van een professionele relatie is het belangrijk om relaties in kaart te brengen. Als professional heb je de plicht om zelf te onderzoeken wie wettelijk vertegenwoordiger is van de jeugdige, maar ook bij wilsonbekwame volwassenen is het van belang dit in kaart te brengen. Als je weet wie wettelijk vertegenwoordiger is, dan weet je ook wie toestemming kan geven voor begeleiding/behandeling en het delen van informatie.

De standaardregel (art 5 NVO beroepscode) is:

  • bij jongeren < 12 jaar: de ouder(s) met het gezag
  • bij jongeren van 12 tot 16 jaar: de jeugdige en de ouder(s) met gezag
  • bij jongere > 16 jaar: de jongere zelf.


Als ouders er niet meer zijn of het ouderlijk gezag is beëindigd dan is er een voogd benoemd. De voogd heeft dezelfde bevoegdheden als de ouder met gezag.

Is een jongere tussen de 12 en 18 jaar wilsonbekwaam is, dan is de ouder met gezag de wettelijk vertegenwoordiger (art 7 lid 1 NVO beroepscode).

Is een meerderjarige wilsonbekwaam dan kunnen de volgende personen wettelijk vertegenwoordiger zijn (art 7 lid 2 NVO beroepscode):

  • de persoon die door de rechter is aangewezen (mentor of curator), is die er niet dan
  • de persoon die schriftelijk gemachtigd is voor de cliënt, is die er niet dan
  • de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, is die er niet of wil deze niet optreden als wettelijk vertegenwoordiger dan
  • een meerderjarig kind, broer of zus van de cliënt


Informatie over wettelijke vertegenwoordiging moet eenvoudig te vinden zijn in het dossier, zodat ook een vervanger weet wie beslissingsbevoegd is.

Voor meer informatie over gezag zie de bijlage van de NVO beroepscode: Ouderschap, gezag en (echt)scheiding.