Wat is toegestaan bij de behandeling van tuchtklachten?

De Tuchtcolleges van de NVO hebben een aantal uitspraken gedaan die niet alleen iets zeggen over het handelen van een pedagoog, maar nu juist over wat is toegestaan/mogelijk is bij de behandeling van een tuchtklacht. Zo wordt bijvoorbeeld duidelijk of geluidsopnames mogen worden gebruikt, of een verzoek tot vernietiging van een dossier gedurende de klachtprocedure moet worden gehonoreerd en of de pedagoog informatie uit het dossier aan het tuchtcollege mag verstrekken zonder toestemming van de client.

De volgende regels zijn gedestilleerd uit de uitspraken van de tuchtcolleges over wat kan/mag tijdens het behandelen van een klacht:

Rector is bevoegd om een klacht in te dienen over het handelen van pedagooog/hulpverlener van een leerling in de samenwerking met school
De rector van een school diende een klacht in over negatieve uitlatingen van de pedagoog over de school van de rector. De pedagoog was niet in dienst van de school, maar hulpverlener van een leerling van de school. Het college oordeelde als volgt “Klager is -in zijn hoedanigheid van rector- de vertegenwoordiger van de school die verantwoordelijk is voor het organiseren van extra ondersteuning voor leerling X. Klager heeft er belang bij dat dit op de best mogelijke wijze gebeurt en heeft dus belang bij de behandeling van klachten over anderen die betrokken zijn bij het cliëntsysteem van leerling X, zoals verweerster.(Uitspraak CvT18-10). Dit betekent dat een pedagoog niet alleen de beroepscode dient na te leven in het cliëntencontact, maar ook in een bredere context in de samenwerking en contacten met bijvoorbeeld samenwerkingspartners zoals school.

Een klager hoeft in de klacht niet te benoemen welke artikelen van de NVO beroepscode volgens klager zijn geschonden
Het tuchtcollege oordeelde als volgt “Voorts is het zo dat het Reglement van het College geen verplichting bevat voor de klager om de artikelen van de Beroepscode 2017 te noemen die hij geschonden acht. Het Reglement spreekt slechts van ‘zo mogelijke’ vermelding van de artikelen van de Beroepscode die op de klacht van toepassing zijn. Deze verplichting vloeit ook niet voort uit de door verweerster genoemde eerdere uitspraken van het College.(Uitspraak CvT18-10).

De pedagoog heeft geen toestemming nodig van klager/client voor het gebruik van informatie uit het dossier in de klachtbehandeling
Een pedagoog moet in een tuchtprocedure bij de NVO volledige verantwoording kunnen afleggen. Dat impliceert dat in beginsel vertrouwelijke informatie mag worden gedeeld met het tuchtcollege die de pedagoog nodig acht voor het behandelen van de klacht, zoals een toelaatbaarheidsverklaring (Uitspraak CvT18-07) of een document betreffende de onderwijsbehoeften van een leerling (Uitspraak CvT18-06). Het tuchtcollege oordeelde “Pedagogen hebben de verplichting tot geheimhouding van de informatie waarover zij op basis van een professionele relatie beschikken. Dit staat onder meer in artikel 11, lid 1 van de Beroepscode 2017. Alleen onder omstandigheden kan het beroepsgeheim worden doorbroken. De regels over het beroepsgeheim kunnen echter niet één op één van toepassing zijn wanneer een pedagoog zich tuchtrechtelijk moet verantwoorden. Het lidmaatschap van de NVO impliceert dat de betrokken pedagoog zich onderwerpt aan de normen van de beroepsvereniging, zoals neergelegd in de Beroepscode 2017, en het daarbij behorende tuchtrecht. Het College is van mening dat een pedagoog in een tuchtprocedure volledige verantwoording moet kunnen afleggen van zijn handelen. Dit impliceert dat hij daartoe in beginsel de vertrouwelijke informatie die hij nodig acht om zijn standpunten te onderbouwen, mag delen met het College van Toezicht. Hierbij is van belang dat de vertrouwelijkheid van de ingebrachte informatie is gewaarborgd. Artikel 19 van het Reglement bepaalt immers dat de zittingen van het College niet openbaar zijn, dat de leden van het College en de ambtelijk secretaris gehouden zijn tot geheimhouding van de door hen behandelde zaken, dat de stukken uitsluitend ter inzage zijn van het College en de ambtelijk secretaris, en dat deze na afloop van de behandeling vernietigd moeten worden. Het College is dan ook van oordeel dat verweerster bevoegd was om de toelaatbaarheidsverklaring van 19 december 2018 in te brengen in de onderhavige procedure. De relevantie van de ingebrachte vertrouwelijke informatie speelt hierbij geen rol.(Uitspraak CvT18-07).

Het is toegestaan om (stiekeme) geluidsopnames te gebruiken bij de klachtbehandeling
Het is toegestaan dat klager geluidsopnames in dient ter onderbouwing van de klacht. Deze geluidsopnames moeten voor de klachtbehandeling zijn uitgewerkt op papier. (Uitspraak CvB19-01)

>>Meer informatie over geluidsopnames gemaakt door cliënten.

Verzoek vernietiging dossier tijdens klachtprocedure hoeft niet te worden gehonoreerd
Het tuchtcollege oordeelde als volgt “… dat artikel 36 vierde lid van de Beroepscode 2017 de mogelijkheid geeft om vernietiging van het dossier te verzoeken. De pedagoog moet een afweging maken of aan dit verzoek gehoor gegeven kan worden. De pedagoog betrekt daarbij aanmerkelijk belang van anderen dan de cliënt, en de zorg van een goed pedagoog. Aanmerkelijk belang van anderen dan de cliënt kan ook het belang van een pedagoog zijn bij verweervoering in een tegen de pedagoog gerichte klacht. Voor de onderbouwing van verweer is immers de informatie in het dossier van groot belang. In haar verweerschrift heeft verweerster wel een gemotiveerde afweging gemaakt waarom zij om deze reden op dit moment nog niet kan ingaan op het verzoek tot vernietiging.” (Uitspraak CvB19-01).

Voor meer informatie zie tevens: