Wat als een ouder zonder gezag informatie wil, mag dat?

Een ouder zonder gezag heeft recht op algemene informatie over de opvoeding en verzorging van diens kind. Maar welke informatie mag die ouder zonder gezag hebben? En wat als de ouder met gezag niet wil dat informatie wordt verstrekt?

Professionals hebben de wettelijke plicht om de juridische ouder zonder gezag op diens verzoek te informeren over ‘belangrijke feiten en omstandigheden’ betreffende ‘de opvoeding en verzorging’ van het kind (artikel 1: 377c Burgerlijk Wetboek). Informeren hoeft dus niet op eigen initiatief van de pedagoog, maar enkel op verzoek van de ouder zonder gezag.

De volgende informatie kan bijvoorbeeld worden verstrekt door de pedagoog: wanneer de hulp begon, of deze al is afgesloten, de doelstelling van de hulp en de resultaten daarvan. De ouder zonder gezag heeft geen recht op inzage of afschrift, maar enkel recht op informatie op basis van het dossier. Die informatie mag mondeling en/of op schrift worden verstrekt. Verder mag de ouder zonder gezag geen informatie ontvangen die de ouder met gezag ook niet mag ontvangen.

Voor het verstrekken van informatie is de toestemming van de ouder met gezag niet nodig. Sterker nog de ouder met gezag kan deze informatie verstrekking niet tegenhouden. Het is een wettelijk recht van de ouder zonder gezag. Dat wettelijk recht kan zijn beperkt door de rechter. Als dat het geval is, dan zal de ouder met gezag dat over het algemeen al direct bij de start van de behandeling/begeleiding of onderzoek hebben gemeld. Er geldt geen onderzoeksplicht voor de pedagoog om na te gaan of een dergelijke uitspraak bestaat. Als er sprake is van een uitspraak van de rechter, dan is het aan te raden om een kopie daarvan op te nemen in het dossier.

Tot slot kan informatieverstrekking achterwege blijven als dit in strijd is met de zorg van een goed pedagoog. Daarvoor dient de pedagoog een zorgvuldige belangenafweging te maken. De afweging van deze belangen en het besluit dient te worden vastgelegd in het dossier.

Het recht op informatie van de ouder zonder gezag eindigt op het moment dat het kind 16 jaar wordt. Dan beslist het kind over eventuele informatieverstrekking aan de ouder zonder gezag.