Toestemming: mondeling of schriftelijk?

Toestemming mag mondeling en schriftelijk worden gegeven. Dat geldt voor toestemming voor het delen van informatie en voor toestemming voor behandeling of onderzoek. Ook een handtekening is niet vereist. Wel is het zo dat toestemming geïnformeerd en gericht moet zijn én dat deze aantoonbaar moet zijn te vinden in het dossier.

Van belang voor toestemming is dat degene die toestemming geeft geïnformeerd wordt over de consequenties van die toestemming. Dat betekent dat diegene goed geïnformeerd moet worden over

  • de behandeling of het onderzoek waarvoor toestemming wordt gevraagd of
  • aan wie, welke informatie wordt verstrekt of gevraagd.

Alleen op deze manier kan de cliënt een zorgvuldig besluit worden genomen.

Toestemming is vorm vrij. Dat betekent dat er geen eisen gelden voor de manier waarop toestemming wordt gegeven. Dat kan bijvoorbeeld mondeling (in persoon of per telefoon), per mail of per formulier. Al deze manieren van toestemming zijn toegestaan.

Vereist is dat de toestemming is terug te vinden in het dossier. Voldoende is een aantekening in het dossier ‘wie, wanneer, waarvoor toestemming heeft gegeven’. Voor de tuchtrechter is een dergelijke aantekening voldoende.

In de praktijk wordt nog geregeld gewerkt met formulieren. Dat kan handig zijn in de samenwerking met andere professionals. Een formulier met toestemming is nu eenmaal eenvoudiger te delen, dan een aantekening in het dossier. Een oplossing daarvoor kan zijn dat de toestemming per mail wordt gevraagd. Op deze wijze wordt client geïnformeerd en de toestemming vastgelegd. Deze mail kan dan worden opgenomen in het dossier van client. In de praktijk wordt de toestemming geregeld mondeling gegeven en vervolgens per mail bevestigd.

Meer informatie over: