Tijdens de behandeling blijkt dat niet één maar beide ouders gezag hebben

Als pedagoog check je bij onderzoek, begeleiding of behandeling van jeugdigen altijd wie gezag heeft. Soms gaat dit echter fout. Wat doe je nu als je tijdens het onderzoek of de behandeling erachter komt, dat er geen sprake is van éénouder gezag, maar dat de andere ouder ook gezag heeft? Natuurlijk herstel je direct deze fout. Wat mag je daarbij niet vergeten?

Voorafgaand aan de start van een onderzoek, begeleiding of behandeling van een jeugdige onderzoekt de pedagoog altijd de gezagssituatie. Soms gaat daarin echter iets mis. Er is bijvoorbeeld vertrouwd op informatie van een ouder of een andere professional, die achteraf niet blijkt te kloppen. Dit brengt met zich mee dat toestemming voor het onderzoek, de begeleiding of behandeling van een ouder ontbreekt.

4 stappen zijn dan van belang:

  • zet het onderzoek, de begeleiding of behandeling stop tot de ontbrekende toestemming is verkregen;
  • neem zo spoedig mogelijk contact op met de ouder wiens toestemming ontbreekt;
    • leg uit wat er is gebeurd;
    • bied excuses aan voor het ontbreken van eerder contact;
    • leg uit welk onderzoek, welke begeleiding of behandeling is ingezet, hoe ver je daarmee bent, en vraag alsnog toestemming;
  • informeer de andere ouder (en jeugdige) over het tijdelijk stoppen van het onderzoek, de begeleiding of behandeling en vertel welke stappen je gaat zetten om de ontbrekende toestemming te verkrijgen;
  • leg de acties die je hebt ondernomen om de situatie te herstellen vast in het dossier (wie, wat, wanneer).


Kies een passende vorm voor het contact met de ouders wiens toestemming ontbreekt. Start bijvoorbeeld per telefoon en nodig de ouder uit voor een gesprek. Hou rekening met het principe van gelijkwaardigheid van ouders. Dus zorg dat de ouder alle informatie krijgt die de andere ouder ook heeft gekregen. Afhankelijk van de situatie kan het zijn dat hiervoor meerdere gesprekken nodig zijn.

Uitgangspunt is dat de werkzaamheden worden stopgezet tot de ontbrekende toestemming alsnog is verkregen. In sommige situaties zal stopzetten van de hulpverlening heel schadelijk zijn voor de jeugdige, denk bijvoorbeeld in geval van suïcidaliteit bij de jeugdige. In dergelijke uitzonderlijke situaties kan overwogen worden om de hulpverlening (tijdelijk) te laten doorlopen, tot toestemming is verkregen. Dit is ter overbrugging van een noodsituatie. Overweeg je een dergelijk besluit te nemen, toets je redenering dan altijd bij een collega (geanonimiseerde casus). Leg je besluit, de motivatie daarvan en de uitkomst van het overleg met je collega vast in het dossier. Neem zo nodig voor advies contact op met het spreekuur beroepsethiek, iedere maandag en donderdag van 09.30 - 12.30 uur: 030 - 232 24 07, toets 2 of per mail via vragenberoepsethiek@nvo.nl. We denken graag met je mee.

Meer informatie: