Geldt het blokkeringsrecht altijd?

Nee, het blokkeringsrecht geldt niet altijd. Er zijn situaties waarin cliënt en/of ouders geen blokkeringsrecht hebben. Ook kan de pedagoog soms een uitzondering maken en op basis van een zwaarwegend belang van cliënt toch (onderdelen van) het onderzoek te delen met derden.

De cliënt heeft geen blokkeringsrecht indien dit uit de wet voortvloeit. Dit is onder meer het geval indien:

  • de pedagoog namens de Raad voor de Kinderbescherming rapporteert aan de rechtbank (dit in verband met het spreekrecht t.a.v. de RvdK en de zwaarwegende belangen van minderjarigen op basis waarvan de RvdK zijn wettelijke taken uitvoert)
  • de pedagoog als onafhankelijk gedragswetenschapper rapporteert over zijn onderzoek naar de noodzaak van gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 6.1.2 lid 6 Jeugdwet;
  • de jeugdbeschermer/gezinsvoogd de opdracht heeft gegeven tot de rapportage in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en de jeugdbeschermer/ gezinsvoogd op grond van de informatieplicht van de pedagoog jegens hem verzoekt om hem over de inhoud van de rapportage te informeren.


Daarnaast geldt een wettelijke informatieplicht voor pedagogen aan de Raad voor de Kinderbescherming op grond van art. 1:240 BW. Omdat het blokkeringsrecht hierdoor formeel niet geheel wordt opgeheven, kan de pedagoog op basis van bezwaren van de cliënt besluiten om de rapportage aan de Raad voor de Kinderbescherming aan te passen of te beperken.

Naast de uitzonderingen zoals hierboven beschreven biedt de NVO Beroepscode de pedagoog de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties te beslissen om (een deel van) de uitkomsten van een diagnostisch onderzoek toch bekend te maken ook als de cliënt daarvoor geen toestemming geeft. Dit is volgens artikel 40 van de NVO Beroepscode toegestaan ‘in verband met een zwaarwegend belang’. Voorwaarde is dat de pedagoog zich heeft ingespannen om toestemming van de cliënt te krijgen. Voordat een pedagoog besluit om ‘over het blokkeringsrecht heen te gaan’ en toch informatie te verstrekken, overlegt de pedagoog vooraf minimaal met één collega. De pedagoog legt in het dossier in een dergelijke situatie vast:

  • welke bezwaren de cliënt maakt tegen het bekend maken van de rapportage;
  • op welke wijze de pedagoog heeft geprobeerd aan deze bezwaren tegemoet te komen;
  • op grond van welke zwaarwegende argumenten de pedagoog meent dat bekend maken van de rapportage voor de cliënt zo zeer van belang is dat dit opweegt tegen het recht van de cliënt om de uitslag te blokkeren;
  • wat de uitkomst was van het collegiaal overleg;
  • welke informatie aan de ontvanger is verstrekt;
  • op welke wijze en wanneer de cliënt over het besluit van de pedagoog om toch informatie te verstrekken is geïnformeerd.


Het is van belang tevoren tevens af te wegen of het verstrekken van gegevens en daarmee het doorbreken van het blokkeringsrecht zinvol is. Als cliënt en/of ouders het inhoudelijk niet eens zijn met de informatie die wordt verstrekt, dan heeft het doorbreken van het blokkeringsrecht vaak weinig zin, omdat cliënt en/of ouders het naar alle waarschijnlijkheid ook niet eens zullen zijn met ondersteuning, begeleiding of behandeling die de school of de hulpverlening op basis van deze informatie vervolgens wil inzetten. Ook daarvoor is immers weer toestemming nodig.

In de praktijk zal het zwaarwegend belang met name gebruikt worden in de situatie dat de cliënt en/of ouders niet reageert/reageren op pogingen van de pedagoog om een afspraak te maken om de rapportage te bespreken. Van de pedagoog mag een redelijke inspanning worden verwacht om contact te krijgen met de cliënt. Daarbij kan hij gebruik maken van de gebruikelijke communicatiemiddelen (e-mail, telefoon, brief). Lukt het niet om contact te krijgen, kan de pedagoog (onderdelen uit) de rapportage toch aan de externe opdrachtgever of anderen verstrekken op grond van een afweging zoals hierboven beschreven.

Voor meer informatie zie: