De politie heeft vragen over mijn client, mag ik die beantwoorden?

Nee, je hebt geen plicht om vragen van de politie te beantwoorden. Ook in het contact met politie en justitie geldt het beroepsgeheim. Informatie kan wel worden uitgewisseld als er toestemming is van client of indien er sprake is van een conflict van plichten.

We gaan er in deze situatie vanuit dat de politie weet dat iemand bij je in behandeling is. Op de vraag óf iemand bij je in behandeling is, het zgn. ‘hengelen naar informatie’, wordt standaard geen antwoord gegeven.

In grotere organisatie is er vaak een contactpersoon waar de politie vragen kan stellen, maar ook dan komt het voor dat je als hulpverlener rechtstreeks wordt benaderd met vragen over jouw client.

Is er in jouw organisatie een contactpersoon voor de politie, dan is het zaak om naar diegene door te verwijzen. Is er geen contactpersoon, dan is het goed om te weten dat niet elke agent weet welke regels er voor jou gelden. Een stukje uitleg kan dus gepast zijn.

Net als bij andere derden die om informatie vragen is het zaak om helder te hebben welke vragen de politie heeft. Bij voorkeur worden deze op schrift (bijv. per mail) gesteld. Een kopie dossier wordt nooit verstrekt, het gaat altijd om het beantwoorden van concrete vragen. Die vragen kunnen beantwoord worden indien:

  • Client daarvoor toestemming geeft of
  • Er sprake is van een conflict van plichten.


Normaliter is vragen van toestemming de gewone werkwijze, dat is ook hier de gewone werkwijze. Complicerende factor is als de politie aangeeft, dat de client niet geïnformeerd mag worden, omdat dit het strafrechtelijk onderzoek doorkruist. De enige uitweg is dan een conflict van plichten (art 13 NVO), waarbij de pedagoog zorgvuldig handelt, als de volgende stappen worden gevolgd. De pedagoog:

  • spant zich in om toestemming van zijn cliënt te krijgen voor de informatieverstrekking, tenzij hij tot het oordeel komt dat het vragen van toestemming in verband met zwaarwegende belangen van de cliënt en/of van een lid van het cliëntsysteem niet mogelijk is;
  • beoordeelt of de informatieverstrekking die hij beoogt redelijkerwijs zal leiden tot het behartigen van de zwaarwegende belangen van de cliënt en/of van een lid van het cliëntsysteem;
  • maakt een afweging tussen de belangen die de cliënt heeft bij geheimhouding en de belangen die de cliënt heeft bij het verstrekken van informatie;
  • consulteert een deskundige collega voordat hij een besluit neemt;
  • verstrekt alleen die informatie die noodzakelijk is om de zwaarwegende belangen van de cliënt of van een lid van het cliëntsysteem te behartigen en dat hij aan niet meer personen of instanties informatie verstrekt dan noodzakelijk is in verband met deze belangen;
  • informeert de cliënt zo spoedig mogelijk over de informatieverstrekking.


Deze afweging en het besluit dient te worden vastgelegd in het dossier.

Tip: deze werkwijze met conflict van plichten geldt voor negatieve informatie over client (bijv. bezit pistool, agressieproblematiek) én voor positieve informatie (bijv. informatie waaruit blijkt dat client wellicht niet de dader is, zoals client was op moment van het plegen strafbaar feit aanwezig in groepsbehandeling).