De pedagoog constateert bijzonderheden bij anderen dan het kind dat wordt geobserveerd

Als een pedagoog een kind observeert in de klas dan is er toestemming om dat kind te observeren en wordt daarover gerapporteerd aan de ouders. Bij een dergelijke observatie ontkom je er niet aan dat je ook andere kinderen en de leraar ziet acteren. Normaliter is dat verder niet van belang. Maar wat nu als de pedagoog zorgwekkend gedrag constateert bij een ander kind? Of als de leerkracht onkundig gedrag vertoont?

Een ander kind uit de klas en de leerkracht zijn geen client van de pedagoog. Er is dus geen behandelrelatie op basis waarvan gehandeld wordt. Toch heeft de pedagoog hier een verantwoordelijkheid. Als de pedagoog weet heeft van een handelwijze of situatie die bedreigend kan zijn voor een client of voor een lid van het cliëntsysteem dan moet de pedagoog proberen om die dreiging af te wenden (artikel 14 lid 2 NVO beroepscode). Als dit artikel wordt toegepast op de situatie van de pedagoog die in de klas observeert, dan betekent dit dat de pedagoog ook dient te handelen als er signalen zijn dat het met een ander kind in de klas niet goed gaat. En als het handelen van de leerkracht schadelijk kan zijn voor kinderen in de klas.

Als er zorgwekkende signalen zijn over een ander kind dan worden deze zorgen in 1e instantie gedeeld met de leraar. De pedagoog kent het kind, de ouders en de situatie niet. Wellicht is het gedrag van het kind al in beeld en is reeds onderzoek of iets vergelijkbaars in gang gezet. Dan is het hiermee klaar voor de  pedagoog. Is dat echter niet het geval dan is dit het moment om met de leraar het vervolg traject te bespreken. Wellicht is er een pedagoog werkzaam voor de school die op basis van dit signaal met ouders in gesprek kan en toestemming kan verkrijgen voor observatie van dit kind.

En wat nu als de leerkracht onkundig gedrag vertoont? Als een leerkracht bijvoorbeeld denigrerende opmerkingen maakt tegen leerlingen, een nare sfeer creëert, of duidelijk niet weet om te gaan met drukke of mondige leerlingen waardoor de klas in chaos ontaard? Ook hier geldt dan ga het gesprek aan op een niet confronterende manier. Je bent ten slotte te gast in de klas van de leerkracht en je kent de situatie niet. Kies een rustig moment om gezamenlijk te reflecteren. Hou daarbij in gedachten dat iedereen wel eens een slechte dag heeft. Het moet gaan om gedrag dat een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van de kinderen. Het kan dus een moment opname zijn. Het kan zijn dat iemand worstelt met zijn/haar taak als leerkracht en coaching nodig heeft en wellicht zelfs graag wil. Daar kan de pedagoog van de school mogelijk een rol in spelen. En het kan zijn dat iemand echt lijkt te disfunctioneren. Dan is het uiteindelijk wellicht zelfs nodig om een signaal af te geven binnen de school.

Dit alles betekent niet dat de pedagoog tijdens een observatie van een kind met argusogen de andere kinderen en leerkracht moet observeren voor bijzonderheden. Het gaat om bijzondere en zorgwekkende situaties die de pedagoog opvallen tijdens de andere werkzaamheden. Dergelijke signalen moeten worden besproken en overdragen aan degene die gepaste actie kan ondernemen.