CvT11-15 | De pedagoog tekent een dyslexieverklaring, zonder dat hij zelf onderzoek bij de leerling heeft gedaan

13-2-2013   |   College van Toezicht

In een onderzoek naar dyslexie wordt didactische resistentie aangenomen maar onvoldoende gemotiveerd. Onduidelijk is op welke wijze aanwezige gegevens over het presteren van de leerling in de onderzoekshypothese zijn meegenomen. Het testmateriaal is niet op de juiste wijze gebruikt. Uit het onderzoeksverslag wordt niet duidelijk of en hoe is overwogen om terug te koppelen, af te stemmen en te overleggen met de basisschool en de school voor VO. Ook wordt niet duidelijk gemaakt of de door het BAO en VO geboden begeleiding en behandeling zijn betrokken in de hypothesevorming en de onderzoeksopzet. De conclusies worden onvoldoende gedragen door de in het onderzoeksverslag opgenomen onderzoeksgegevens.
De dyslexieverklaring is te algemeen opgesteld en onvoldoende toegespitst op de onderwijskundige behoeften van de leerling. De pedagoog ondertekent het onderzoeksverslag en de dyslexieverklaring terwijl zij zelf geen onderzoek bij de leerling heeft gedaan en niet heeft kunnen motiveren waarom persoonlijk contact achterwege kon blijven. De advocaat van de pedagoog handelt op laakbare wijze; aan het College is niet gebleken dat de pedagoog niet instemde met deze handelwijze.