De pedagoog heeft de klagers onvoldoende geïnformeerd over zijn aandeel en rol in de besluitvorming van BJz

22-2-2018   |   College van Toezicht

In augustus 2012 komt het CrisisinterventieTeam (CIT) van Bureau Jeugdzorg (BJz) in aanraking met het gezin van betrokkenen. Klager zegt open te staan voor intensieve hulp en er wordt voorgesteld om FamilieFirst (FF) in te zetten. De proefweek wordt vroegtijdig gestaakt vanwege een crisis die optrad, waarna BJz op huisbezoek gaat. Inmiddels heeft klager de kinderen bij vriendin P. ondergebracht, en wordt door BJz op advies van verweerder een kernbeslissing genomen dat P. voor klagers dochter J. een netwerkpleeggezin wordt. Eind augustus worden de kinderen door klager opgehaald bij P. en verschijnen niet op school, onbekend is waar de kinderen verblijven. Besloten wordt om de RvdK op de hoogte te brengen van de nieuwe situatie. De Raad wijst het verzoek voor een VOTS toe. De kinderen worden opgenomen in het crisiscentrum onder verantwoordelijkheid van Jeugdbescherming. Het college oordeelt m.b.t. het verwijt dat de opdracht niet schriftelijk is vastgelegd dat  klagers niet wisten of en hoe verweerder bij de crisisinterventie en de kernbeslissing betrokken was en dat zij daarna dat ook niet vernamen. Deze klacht wordt gegrond verklaard. De andere klachten worden ongegrond verklaard.