Het beleid van de pedagoog m.b.t. het gebruik van middelen is niet consistent omdat zij de verslaving van de zoon van de klager enerzijds gedoogt en anderzijds ontmoedigt. Bovendien heeft zij de CEP verkeerd afgenomen.

22-2-2018   |   College van Toezicht

Verweerster is als gedragswetenschapper sinds 2011 werkzaam een AWBZ-instelling voor LVG-cliënten. (de Stichting) De zoon (A) van klaagster ontvangt daar o.a. i.v.m. gedragsproblematiek 24uurszorg. De Stichting gedoogt dat A. bij wijze van zelfmedicatie wiet gebruikt, hij verkrijgt deze door gereguleerde verstrekking en het wordt hem toegestaan dat hij twee keer per week tussentijds zelf wiet haalt. Als A. na een ongeval met zijn fiets vraagt om tussentijds wiet te gaan halen wordt dit hem niet toegestaan. Als gevolg daarvan deelt hij een klap uit aan een begeleider. Aangifte voor bedreiging en mishandeling volgt en A. wordt in preventieve hechtenis genomen. Het College oordeelt dat in de beginfase van de professionele relatie te weinig informatie aan ouders is gegeven over de behandelmogelijkheden en over het behandeldoel voor klaagsters zoon A, dit valt niet aan haar te verwijten omdat zij toen nog niet bij de Stichting werkte. In haar hoedanigheid als voorzitter van het team is haar wel te verwijten dat de derde CEP verkeerd is afgenomen. Het CvT oordeelt dat verweerster en de locatie de verslaving van zoon A. enerzijds gedogen en anderzijds ontmoedigen, het beleid is niet consistent geweest. In dit opzicht is in strijd met de BC gehandeld.