De schorsing: niet langer een ‘vrijblijvende’ maatregel

Als NVO hebben we een tuchtrechtsysteem met als doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening te waarborgen. Cliënten, maar ook bijvoorbeeld beroepsgenoten, kunnen een klacht indienen tegen een van onze aangesloten leden, wanneer zij vinden dat ons lid zich niet aan de beroepscode heeft gehouden. Als het College van Toezicht een klacht (geheel of gedeeltelijk) gegrond verklaart, kan het College een maatregel opleggen. Een (voorwaardelijke) schorsing is een van die maatregelen en een van de meest zware. Onlangs heeft het bestuur besloten om de maatregel schorsing te wijzigen. Aanleiding daarvoor  was een situatie waarin een lid de opgelegde verplichting, in dit geval supervisie, niet nakwam. Omdat er een termijn was gesteld voor de voorwaardelijke schorsing, verliep die na verloop van tijd, zónder dat het lid aan de opgelegde verplichting had voldaan. Zowel het bestuur als het College vinden dat het betreffende lid daadwerkelijk moet voldoen aan de verplichtingen die bij de opgelegde maatregel horen en dat het doel niet wordt bereikt als het lid zijn termijn gewoon ‘uitzit’. Pas dan wordt de schorsing opgeheven en wordt het lid gerehabiliteerd.

In de huidige praktijk kan een schorsing of een voorwaardelijke schorsing worden opgelegd. Als er een schorsing wordt opgelegd, dan is dat meestal een voorwaardelijke schorsing. Op die manier wil het College een bepaald leereffect bij de pedagoog bewerkstelligen. Het College vindt dan dat de pedagoog nog wel op een verantwoorde manier als NVO-lid zijn beroep kan uitoefenen tijdens zijn voorwaardelijke schorsing, maar dat hij wel moet werken aan de verbetering van zijn professionele kwaliteit. Concreet is dat vaak een verplichting tot intervisie of supervisie. In de praktijk kwam het, zoals gezegd, echter voor dat een pedagoog niet aan die verplichting voldeed. De voorwaardelijke schorsing werd omgezet in een schorsing. Na de schorsingsperiode hervatte hij dan zonder consequenties gewoon weer het lidmaatschap, zonder dat de kwaliteit van zijn beroepsuitoefening was verbeterd. Op die manier schiet de maatregel zijn doel voorbij. Daarom wordt de schorsing anders ingericht.

Een schorsing is een zware maatregel. Met een schorsing geeft het College aan dat het handelen van betreffende pedagoog ernstig in strijd is met de beroepscode van de NVO. Het College vindt dat deze pedagoog zijn beroep niet onder de vlag van de beroepsvereniging mag uitoefenen tot hij heeft laten zien dat hij zich verbeterd heeft.

Vanaf nu wordt een schorsing altijd opgelegd onder een verplichting. De schorsing wordt pas opgeheven wanneer de pedagoog daadwerkelijk aan de opgelegde verplichting heeft voldaan. Hij heeft een extra stok achter de deur en kan de schorsing dus niet zonder consequenties ‘uitzitten’. Gaat hij niet aan de slag met het verbeteren van zijn professionele kwaliteit, dan volgt automatisch ontzetting uit de vereniging.  De maximale schorsingstermijn is twee jaar. Voldoet de pedagoog aan de verplichting die door het College aan de opheffing van de schorsing zijn verbonden, dan wordt de schorsing opgeheven en de pedagoog volledig gerehabiliteerd als NVO- lid.

Een voorwaardelijke schorsing blijft ook mogelijk. Bij een voorwaardelijke schorsing moet de pedagoog, net als nu, voldoen aan een verplichting om te voorkomen dat hij wordt geschorst. Een voorbeeld is het volgen van supervisie. Als het lid niet aan de opgelegde verplichting voldoet en dus alsnog wordt geschorst, dan geldt voortaan de eerdergenoemde nieuwe regel.

De schorsing heeft directe consequenties voor de beroepsuitoefening van de pedagoog. De pedagoog mag zijn NVO-lidmaatschap niet professioneel gebruiken.  Hij mag zich niet profileren als NVO-lid en zijn NVO-registraties gedurende de schorsing niet gebruiken. Ook kan hij zich niet aanmelden voor registratie, herregistratie of zich aanmelden voor scholing specifiek voor NVO-leden. Het is dus aan het lid om vaart te zetten achter het voldoen aan de verplichting, zodat de schorsing zo spoedig mogelijk opgeheven wordt.

Klik hier voor de nieuwe tekst in het reglement.