Rondetafelgesprek Tweede Kamer over toegang jeugdigen tot langdurige zorg

12-4-2019

Moeten ook kinderen en jongeren met een psychische stoornis toegang krijgen tot de langdurige zorg? Volwassenen met een psychische stoornis krijgen die toegang, als het aan de Tweede Kamer ligt; voor jeugdigen vindt de Kamer in principe de Jeugdwet de aangewezen plek. Omdat het veld daar genuanceerd over denkt, organiseerde de kamer op 8 april een hoorzitting, waaraan ook de NVO, in de persoon van Yvette Dijkxhoorn, deelnam.

De NVO worstelt ook zelf met dit vraagstuk. Alle kinderen hebben recht op de noodzakelijke zorg en onderwijs in een zo normaal mogelijke omgeving (gezin). Bij een kleine groep is de (vaak multi-)problematiek zo groot, dat de behandelduur in de jeugdhulp te kort voor hen is en zij in gesloten jeugdhulp niet op hun plaats zijn. Zij hebben een langdurige stabilisatieperiode nodig, waarin herstel van het gewone leven kan plaatsvinden. Dat kan door samenhangende 24-uurszorg te bieden, deels gericht op ondersteuning van het leven van alledag en deels geïntegreerde behandeling en onderwijs. Die vorm van ondersteuning wordt (nu nog) bijna uitsluitend geboden in de langdurige zorg. Tegelijkertijd willen we dat kinderen zo optimaal mogelijk participeren aan de samenleving; een indicatie ‘langdurige zorg’ kan dat beperken. Daarnaast is eigenlijk een als ‘levenslang’ ingeschatte zorgbehoefte nodig voor een indicatie; ernstige psychische problemen hoeven helemaal niet levenslang te zijn en bij kinderen en jeugdigen zeker niet. Dat maakt de vraag gecompliceerd.

In de standpunten van de diverse veldpartijen was zeker een rode draad te herkennen: het gaat om een beperkte groep kinderen en jeugdigen, die nu niet de juiste zorg krijgen. De langdurige zorg kán bij uitzondering een oplossing bieden. Helder moet dan wel zijn in welke situaties; het is niet de bedoeling dat er in de jeugdhulp een nieuwe uitlaatklep wordt gecreëerd voor moeilijke situaties. Een alternatief zou zijn dat gemeenten, eveneens in uitzonderingsituaties, langduriger gaan indiceren en, met aanvullende middelen, deze dure vorm van zorg aanbieden.

Langdurig indiceren kan de rust bieden die broodnodig is in deze situaties. Daar staat tegenover dat een periodieke evaluatie wenselijk blijft om te bezien of er sprake is van herstel en het ‘gewone leven’ al meer kan worden hervat; dat staat dan echter weer op gespannen voet met het bieden van de beoogde rust. Complexe afwegingen waar de juiste antwoorden nog niet op gevonden zijn.

In principe moet het niet uitmaken via welke weg de benodigde hulp wordt bekostigd en geregeld, zolang deze kwetsbare kinderen en hun ouders maar de hulp krijgen die zij nodig hebben. Dit standpunt heeft de NVO ook verwoord in haar position paper dat ter voorbereiding op het rondetafelgesprek is ingebracht.

De Kamer brengt een dezer dagen haar schriftelijke reactie over het wetsvoorstel in procedure. Via onze nieuwsbrief houden wij u op de hoogte.  

Lees hier het NVO position paper.