Opname OG in de Wet BIG weer een stap verder

10-5-2019

Gisteren, 9 mei, stuurde Minister de Jonge de ‘Nota n.a.v Verslag Wet Zorg en Dwang’ naar de Tweede Kamer. Achter deze technische titel gaat niets meer of minder schuil dan de beantwoording van vragen die de fracties in de Tweede Kamer hebben gesteld over het Wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel is belangrijk voor de gehandicaptenzorg, omdat het heel zorgvuldig vorm geeft aan hoe ‘onvrijwillige zorg’ moet worden geregeld en ook hoe die moet worden afgebouwd als dat kán.

Voor onze beroepsgroep is het extra belangrijk omdat dit wetsvoorstel de opname van de orthopedagoog-generalist in de Wet BIG regelt. Dat is een randvoorwaarde voor wat gewenst is in de gehandicaptenzorg, namelijk dat de zogeheten Wzd-functionaris naast een arts ook een gz-psycholoog of orthopedagoog generalist kan zijn. Overigens betekent dit niet dat de opname van de OG in de BIG beperkt is tot de gehandicaptenzorg. Dat geldt voor de volle breedte van zorg waarvoor BIG-regulering geldt.

De Kamerleden stelden o.a. vragen over het feit dat nu een gedragswetenschapper een vergelijkbare functie kan uitoefenen als een arts. De NVO is in grote lijnen heel tevreden met de manier waarop de regering het beroep orthopedagoog-generalist beschrijft en uitoefening van deze functie legitimeert.

U leest hier wat zij daarover zegt.

Nu de regering de vragen van de Kamerleden beantwoord heeft, kan de Kamer overgaan tot behandeling van het wetsvoorstel. Dat is belangrijk, want de regering wil dat het wetsvoorstel op 1 januari 2020  in werking treedt. De Kamer bepaalt zelf wanneer zij het debat gaat voeren.