Ontwikkeling OG in de BIG

6-7-2018

De NVO krijgt de laatste weken vragen over het feit dat ‘in den lande’ zou worden gezegd dat opname van de orthopedagoog generalist in de wet BIG van de baan zou zijn. Voor alle duidelijkheid: de NVO heeft daarover géén officieel bericht ontvangen. Wel weten we dat minister Bruins zich gevoelig betoont voor de input van met name ggz-opleidingen in de internetconsultatie. Ook zou VWS liever willen wachten tot het project beroepenstructuur, waartoe de NVO in P3NL-verband initiatief heeft genomen, duidelijkheid geeft.

Wachtlijsten in de ggz zijn, zoals het Onderhandelaarsakkoord hoofdlijnen toekomst geestelijke gezondheidszorg laat zien, één van de grootste problemen in de zorg. Er zijn intenties om het regiebehandelaarschap te verruimen, maar op korte termijn biedt het akkoord daarvoor geen concrete maatregel. Onze beroepsgroep is bij uitstek opgeleid om hulp te bieden aan jongeren boven de 18 jaar en om ouders te behandelen en te begeleiden, waardoor bijvoorbeeld onnodige uithuisplaatsing of opname in gedwongen jeugdhulp kan worden voorkomen. Maar wet- en regelgeving dwingt onze beroepsgroep nu aan de zijlijn te blijven staan. Werkgevers kunnen onze doelgroep daarom niet flexibel inzetten, terwijl ze dat wel willen. De werkgevers in de zorg hebben zich dan ook onlangs collectief –opnieuw- tot VWS gewend.

De NVO wees er tijdens de internetconsultatie al op dat de opleiding tot orthopedagoog generalist slecht tot een minimale vrijstelling van de opleiding tot gz-psycholoog leidt. Dit is onlangs in een meer officiële beoordeling bevestigd. Voor orthopedagogen-generalist die zo snel mogelijk gezondheidszorgpsycholoog willen worden om alsnog hun bijdrage te kunnen leveren is dat heel vervelend. Tegelijkertijd illustreert die beoordeling de onderscheidendheid van het beroep.

Het project beroepenstructuur wil dat een toekomstig beroepengebouw, veel meer dan het huidige beroepengebouw ggz, uitgaat van de zorgvraag van cliënten en expliciet de domeinen jeugdhulp en gehandicaptenzorg meeneemt. Dat in kaart brengen én alle relevante partijen goed betrekken is een uitdaging en kost een paar jaar. De NVO vindt dat onze beroepsgroep in die tussentijd en in dit tijdsgewricht niet langs de kant mag blijven staan. Daarom willen we voorgenomen besluitvorming binnen het húidige beroepengebouw effectueren.

De NVO dringt aan op bestuurlijk overleg met VWS. De commissie Meurs drong in haar advies over het (toenmalige) hoofdbehandelaarschap al expliciet aan op opname van de OG in de Wet BIG; de vorige minister van VWS nam het besluit en informeerde daarover expliciet de Tweede Kamer; minister de Jonge liet zich er in het kader van de Wet Zorg en Dwang expliciet over uit én het is nu onderdeel van een formeel wetstraject. Mocht de minister in dit stadium en dit tijdsgewricht zo’n aanpassing overwegen, dan vereist dat op zijn minst overleg over de consequenties daarvan.