OG in de BIG: een overwinning voor onze hele beroepsgroep!

9-11-2018

De orthopedagoog-generalist wordt opgenomen in de Wet BIG. Tenminste, als het aan de drie bewindspersonen bij VWS ligt. Dat heuglijke nieuws meldde het ministerie van VWS maandagmorgen 5 november telefonisch aan het bureau van de NVO. Diezelfde middag kwam de schriftelijke bevestiging daarvan: in de Kamerbrief van minister Hugo de Jonge over het programma Zorg voor de Jeugd. In die tussentijd had het NVO-bureau enkele leden die zich heel actief hebben ingezet, de hoofdopleiders OG en de brancheorganisaties in de zorg dit goede nieuws al laten weten en hen voor hun steun en inzet bedankt. Op de website en naar alle OG-ers kon het bericht pas verstuurd worden nádat we de Kamerbrief in handen hadden. Dat werd maandagavond.

We zijn, we kunnen het niet vaak genoeg herhalen, ongelooflijk blij met dit besluit en zo mogelijk nóg blijer met alle steun en inzet van iedereen die hieraan op één of andere manier heeft bijgedragen. En dat zijn er veel!

Ook de leden die ons meldden waar zij tegen aan lopen in sollicitatieprocedures of in onderhandelingen met gemeenten, ook de leden die ons hun ongeduld en ongenoegen over de trage voortgang lieten merken stimuleerden ons om het niet op te geven.

En wat we hebben er lang op moeten wachten; dit besluit komt vrijwel exact vijf jaar nadat de NVO het officiële verzoek heeft ingediend.

De NVO zet nu in op een zo snel mogelijke wettelijke effectuering ervan. In onze brief aan de Tweede Kamer, die gisteren uit ging, vroegen we dan ook direct naar de doorlooptijd. We vragen het ministerie van VWS of en hoe het mogelijk is dat de orthopedagoog-generalist - vooruitlopend op wettelijke borging van het beroep - taken kan gaan uitoefenen die wenselijk zijn om o.a. integrale jeugdhulp te bieden, continuïteit van zorg te realiseren voor cliënten die achttien jaar worden en in de gehandicaptenzorg als wzd-functionaris te gaan functioneren.

Dit besluit over de positie van de orthopedagoog-generalist beschouwen we als NVO als een mijlpaal in de geschiedenis van de pedagogiek en als een overwinning van alle pedagogen; het erkent het onderscheidende van het beroep van de (ortho)pedagoog. Professor dr. Maretha de Jonge definieert dat als  ‘Orthopedagogiek gaat over de vraag: wat heeft een kind dat belemmerd wordt in zijn of haar ontwikkeling nodig om goed te functioneren in de maatschappij? Dat hangt altijd af van twee factoren: de mogelijkheid van het kind en de mogelijkheden in de omgeving van het kind. (…) Orthopedagogiek stoelt op de pedagogiek, de wetenschap die zich bezighoudt met opvoeding en onderwijs. Het object  (…) is niet het kind of de ouder, maar de ‘problematische opvoedsituatie.’ (Prof. Dr. M.V. de Jonge, Waar spreken wij over? Universiteit Leiden).

Die brief aan de Tweede Kamer kleurde de NVO overigens vooral inhoudelijk in; we geven er in aan dat ook onze beroepsgroep bewezen effectieve kennis nog beter moet benutten en moet delen, dat en hoe de huidige krappe arbeidsmarkt ook kansen kan bieden om de beoogde ruimte voor professionals te realiseren en dat we naar een registratiestelsel moeten dat meer uit gaat van Wie kán wat? dan van ‘Wie mag wat?’.

Via de nieuwsbrief en onze website houden we u op de hoogte van volgende stappen!