Kinderen, jongeren en gezinnen in de tweede coronagolf

20-10-2020

Arne Popma heeft in deze tweede coronagolf, op grond van onderzoek naar angst en somberheid van kinderen in de eerste lockdown, een aantal boodschappen die de NVO van harte deelt. Zo pleit hij ervoor om het gewone leven van kinderen zo veel mogelijk door te laten gaan en om informele ‘steunpilaren’ voor gezinnen op waarde te schatten. Arne Popma is o.a. hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie en vertegenwoordigt in de stuurgroep van het programma Zorg voor de Jeugd de medische beroepen. De NVO neemt ook deel aan dit programma; het NIP vertegenwoordigt de ‘niet-medische’ beroepsgroepen in de stuurgroep. Samen staan alle in de stuurgroep vertegenwoordigde beroepsgroepen voor dat wat professionals kunnen bijdragen aan nog betere jeugdhulp. En wat daarvoor nodig is.

In Buitenhof ging Arne Popma in op een onderzoek tijdens de eerste lockdown van het Emma Kinderziekenhuis van Amsterdam UMC, waarbij hij betrokken is. De voorlopige resultaten laten zien dat, vergeleken met 2018, deze kinderen zich minder gezond voelen en minder contact hebben met leeftijdgenoten. Het aantal kinderen met dusdanig ernstige angstklachten dat er op zijn minst hulp aangeboden zou moeten worden, verdubbelde in die periode van 8% naar 16% van de kinderen. Lees meer over het onderzoek in dit persbericht van het Amsterdam UMC.

Naar aanleiding daarvan pleitte Arne Popma o.a. voor:

  • Het openhouden van scholen en sportclubs, zodat het gewone leven van kinderen zoveel mogelijk kan doorgaan;
  • domeinoverstijgende samenwerking, tussen jeugdhulp, scholen, huisartsen en politie om kinderen en jongeren in de tweede golf voldoende in beeld te houden en zo nodig snel te helpen;
  • het inzetten en behouden van voor kinderen, jongeren en gezinnen zo belangrijke informele ‘steunpilaren’;
  • behandeling via beeldbellen als dat kán en de daadwerkelijke situatie thuis in de gaten te houden als dat moét-soms door achter de voordeur te blijven komen.

 

Kijk hier deze uitzending van Buitenhof terug.

De NVO is blij met de aandacht voor kinderen, jongeren en gezinnen in deze periode. Het pleidooi van Arne Popma sluit aan op de inzet van pedagogen om ook daar waar dat moeilijk is een zo gewoon mogelijke opvoedingssituatie te realiseren. De daarvoor noodzakelijke verbinding tussen alle actoren die bij de opvoeding zijn betrokken, ook domeinoverstijgend, is de NVO uit het hart gegrepen.  Het NJi heeft samen met Zorg voor de Jeugd adviezen opgesteld voor professionals, ouders en beleidsmakers. Deze adviezen zijn erop gericht dat jongeren zich zo veerkrachtig mogelijk blijven ontwikkelen. Daarvoor is het nodig om samen met kinderen en jongeren te zoeken naar praktische oplossingen om sociale behoeften te vervullen én besmetting te voorkomen. 

De in het programma samenwerkende beroepsverenigingen wezen al eerder op kinderen en jongeren in deze coronatijd. Dat deden zij o.a. met een oproep Maak specifiek coronabeleid voor kinderen en jongeren’