Kinderen kunnen ernstige schade oplopen bij uitzetting na langdurig verblijf

15-8-2017

Maandagochtend is de moeder van Howick (12 jaar) en Lili (11 jaar) zonder haar kinderen uitgezet naar Armenië. De kinderen zijn ondergedoken. Ze zijn negen jaar in Nederland. Uitzetting hangt ook hen boven het hoofd. De beroepsverenigingen van orthopedagogen en psychologen - NVO en NIP - zijn zeer bezorgd over deze schendingen van kinderrechten. Zij wijzen op het belang van gedragswetenschappelijke rapportages over het belang van het kind waarin duidelijk wordt wat mogelijke consequenties van uitzetting zijn.

Vluchtelingkinderen kunnen ernstige schade in hun ontwikkeling oplopen als ze na worteling in de Nederlandse samenleving alsnog worden uitgezet. Om dit  in kaart te brengen voeren orthopedagogen en psychologen diagnostisch onderzoek uit bij kinderen in migratieprocedures. De gedragswetenschappelijke rapportages hiervan worden door de advocaat van de kinderen naar de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) gestuurd of naar de rechter. Hiermee kunnen beslissers het belang van het kind meewegen in het besluit, zoals het VN-Kinderrechtenverdrag vereist. Al in juli 2014 hebben orthopedagogen van de Universiteit Groningen in een gedragswetenschappelijke rapportage over Howick en Lili aangegeven dat de ontwikkeling van de twee kinderen ernstig geschaad wordt bij uitzetting.

Deze Best Interests of the Child-Assessments geven een gedragswetenschappelijke invulling aan het belang van het kind en worden opgesteld vanuit het Onderzoeks- en Expertisecentrum voor Kinderen en Vreemdelingenrecht, verbonden aan de Universiteit Groningen. 

Sinds 2016 werkt het Expertisecentrum samen met de beroepsverenigingen NIP en NVO. Inmiddels zijn tientallen pedagogen en psychologen getraind in het uitvoeren van de Best Interests of the Child-Assessments en voeren zij deze onderzoeken onafhankelijk uit.

In artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag staat dat het belang van het kind een primaire overweging moet vormen bij elke beslissing die een kind raakt. Binnen het familierecht is dat de gewoonste zaak van de wereld. Maar in het vreemdelingenrecht is dit basale rechtsbeginsel nog altijd niet de praktijk. Daarvoor is het noodzakelijk dat de gedragswetenschappelijke onderzoeken naar het belang van het kind in migratieprocedures, zoals die nu op vrijwillige basis worden uitgevoerd door de orthopedagogen en psychologen van NVO nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), een wettelijke verankering krijgen in de VreemdelingenWet.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, ga dan naar ons themadossier 'Vluchtelingenkinderen'.