‘Jeugd-ggz en jeugdhulp nog te veel gescheiden werelden’

5-7-2019

Vier jaar na invoering van de Jeugdwet opereert de jeugd-ggz nog te veel als aparte sector binnen de jeugdhulp, terwijl het juist de bedoeling van de Jeugdwet is integrale hulp en ondersteuning te bieden. Dit is een van de conclusies uit het onderzoek dat is uitgevoerd naar de positie van de jeugd-ggz binnen het nieuwe stelsel van de jeugdhulp. De onderzoekers (Nivel, NJi, Stichting Alexander, Tranzo en het Pon met subsidie van ZonMw) doen aanbevelingen over de toegang, triage, samenwerking, hoog-specialistische jeugd-ggz en leren. Aanleiding voor dit onderzoek vormde een motie van D66 in de Tweede Kamer.

Een obstakel voor een integrale samenwerking van jeugdhulp en jeugd-ggz is volgens de onderzoekers het ontbreken van een gedeelde visie. Het is belangrijk dat professionals het eens zijn over wat begrippen als 'normaliseren' en 'passende hulp' inhouden. Op plekken waar het lokale team kan beschikken over de expertise van de jeugd-ggz, bijvoorbeeld waar een ggz-professional lid is van het team, verloopt de samenwerking steeds beter. Met die expertise kan het lokale team beoordelen of het zelf hulp en steun kan bieden of moet verwijzen naar specialistische jeugdhulp of jeugd-ggz. Daarbij is het vaststellen van de urgentie van een hulpvraag de eerste prioriteit; het komen tot een diagnose is vervolgens een proces dat hulpverlener en cliënt het beste samen kunnen doorlopen.

Dit sluit aan bij de visie van de NVO. In ons strategisch beleidsplan 2019-2023 pleiten we ook voor de ‘de juiste professional op de juiste plek’ en de inzet van de juiste (en specialistische) expertise in wijkteams of lokale teams om goede triage te kunnen doen. In dit kader is ook een motie van Tweede Kamer lid Kuiken (PvdA) van belang die is aangenomen. Zij verzoekt de regering ‘te onderzoeken op welke manier en schaal kinderpsychiaters en orthopedagogen dan wel andere relevante beroepsgroepen toegevoegd kunnen worden aan wijkteams zodat zij triage kunnen uitvoeren wanneer een nieuwe hulpvraag binnen komt’.

Wat betreft de rol van gemeenten concluderen de onderzoekers dat gemeenten hun sturing meer kunnen richten op het realiseren van een hulpaanbod dat aansluit bij de lokale situatie, aldus de onderzoekers. Ze adviseren verschillen in de manier van aanbesteden en contracteren terug te dringen, zodat de administratieve last van hulpaanbieders vermindert. Ook is het belangrijk dat gemeenten langer lopende contracten afsluiten, zodat aanbieders ruimte hebben om te innoveren en te investeren in hun medewerkers.