Een eigenstandige beroepenstructuur orthopedagogische zorg

24-4-2020

Basis-orthopedagoog, orthopedagoog-generalist, gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, cognitief gedragstherapeut, gezins- en relatietherapeut, speltherapeut… Hoe kan een cliënt of een verwijzer door de bomen het bos nog zien? Dat was de oorspronkelijke vraagstelling van een project ‘beroepenstructuur psychologische en pedagogische zorg’ dat we als NVO, samen met het NIP, de NVGZP en de NVP, in 2018 startten. 

Het bestuur van de NVO besloot onlangs dat de eigenheid van het beroep orthopedagoog een eigenstandige  beroepenstructuur vergt en daarom niet thuis hoort in een advies over de beroepenstructuur voor psychologische zorg. 

Orthopedagogen bieden, alleen al als het gaat om individuele gezondheidszorg, op diverse werkvelden een palet aan interventies aan; diagnostiek en behandeling van kinderen en van hele gezinnen, begeleiding van beroepsopvoeders, coördinatie van teams, veiligheidsonderzoek, etc. De focus op het opvoedingssysteem als geheel en de breedte die daarbij hoort  is kenmerkend voor onze beroepsgroep. Als beroepsgroep hebben we ook onze eigen visie op opleiden, op de ontwikkeling van vakbekwaamheid en competenties ná de universitaire opleiding en op de verhouding tussen een universitair opgeleide masterorthopedagoog en een orthopedagoog-generalist. Er staat ons als beroepsgroep overigens nog wel wat te doen als het gaat om een volwaardige eigenstandige beroepenstructuur. Zo gaan we onderzoeken of er behoefte is aan een specialisatie ná de opleiding tot orthopedagoog-generalist. En het blijft een uitdaging om aan cliënten en verwijzers duidelijk te maken bij wie zij waarvoor zij terecht kunnen.

Wij verwachten dat wij binnenkort een visie op die eigenstandige structuur én op wat er daarvoor nog moet gebeuren te kunnen publiceren.

> Eerdere publicaties: Verduidelijking Beroepenstructuur nodig, SiRM, 2019