Debat over het eindrapport van de commissie-De Winter

18-12-2020

De Kamer voerde afgelopen week een verhit debat met minister Dekker (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Blokhuis (VWS) over geweld in de jeugdzorg van 1945 tot heden naar aanleiding van het onderzoek van de commissie-De Winter.

Het rapport "Onvoldoende beschermd. Geweld in de Nederlandse jeugdzorg van 1945-heden" van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter verscheen in juni 2019. Kinderen die thuis niet veilig waren, kwamen onder verantwoordelijkheid van de overheid opnieuw in een onveilige omgeving terecht. De Kamer oordeelde dat de overheid grote steken heeft laten vallen. Minister Dekker en staatssecretaris Blokhuis gaven aan dat er excuses zijn gemaakt aan de slachtoffers en dat het kabinet bezig is om aan verschillende vormen van erkenning vorm te geven. Zo is Dekker bezig met een website als digitale herinneringsplek, een fysiek monument en een documentaire.

Financiële regeling
Een financiële regeling is onderdeel van het pakket van de verschillende vormen van erkenning. Slachtoffers kunnen aanspraak maken op een bedrag van €5.000. Diverse Kamerleden vinden dat te laag.  De minister antwoordt dat de financiële regeling belangrijk is, maar zeker niet de enige vorm van erkenning, ook volgens slachtoffers. Sommigen hebben meer aan lotgenotencontact, ondersteuning en nazorg, zegt Dekker.

Groepen en personeel
Vanwege te grote groepen en te weinig personeel komt helaas nog steeds geweld voor in de jeugdzorg, constateert Westerveld (GroenLinks). Wörsdörfer (VVD) benadrukt dat de commissie-De Winter de aanbeveling doet dat kleinere groepen een voorwaarde zijn om geweld in jeugdzorginstellingen te laten afnemen. Blokhuis antwoordt dat schaalverkleining actief gestimuleerd wordt: daar is 33,5 miljoen voor beschikbaar gesteld. De sector is daar actief mee bezig. Ook het verminderen van uit huis plaatsen is vaak beter voor kinderen en verlaagt de druk op instellingen.

Toezicht
Over het toezicht in de jeugdzorg velde de commissie-De Winter een hard oordeel. Instanties die uit huis geplaatste kinderen hadden moeten beschermen, schoten decennialang tekort. Maar ook het huidige toezicht is nog steeds niet goed geregeld, constateren Kuiken (PvdA) en Van Beukering (D66). Blokhuis antwoordt dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verbeteringen doorvoert en jongeren meer betrekt bij inspecties.

Inmiddels is gestemd over de moties. Zo zijn moties aangenomen waarin de regering wordt verzocht om in overleg met de VNG de regie op de beweging zorg dicht bij huis te bevorderen, want de afbouw van residentiële instellingen pas goed vorm kan krijgen wanneer er voldoende opbouw is van bijvoorbeeld gespecialiseerde gezinshuizen (motie van Peters (CDA); een motie waarin de regering wordt verzocht samen met gemeenten en aanbieders inzichtelijk te maken of en welke verdere maatregelen nodig zijn om groepsgroottes verder terug te dringen en daarbij speciale aandacht te besteden aan de vaardigheden van zorgverleners (Wörsdörfer (VVD), Westerveld (GroenLinks). En tot slot een motie van Voordewind (CU) om het aantal plaatsingen in gesloten jeugdzorg terugbrengen naar nul.

Eindrapport Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg (Commissie De Winter)