Debat jeugd-ggz

9-2-2018

Afgelopen week debatteerde de Tweede Kamer over de gevolgen van de decentralisatie voor de jeugd-ggz. Aanleiding was een brandbrief van de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten (LVVP) waarin deze meldt dat veel van haar leden ophouden met het behandelen van kinderen. Het debat ging onder meer over de vraag of dat te maken heeft met de overgang van de jeugd-ggz naar gemeenten.

René Peters (CDA) had het debat in oktober vorig jaar aangevraagd. Het is nog steeds actueel, zeker ook omdat vorige week de Evaluatie van de Jeugdwet verscheen. Voor deze evaluatie volgt echter een aparte procedure. 

Hulpverleners vinden de onderhandelingen die zij met gemeenten moeten voeren over de financiering te ingewikkeld en de administratieve lasten die daarmee gepaard gaan te groot.  Peters spreekt van "een enorme bureaucratie" en "ingewikkelde procedures". Kleine, vrijgevestigde ondernemers zijn verplicht meer tijd te besteden aan "administratief geleuter" dan aan het verlenen van zorg, vindt Agema (PVV).

De minister noemde meermaals in het debat dat hij geen stelselwijziging wil. Het gaat vooral om goede zorg aan kinderen, niet om de vraag wie die hulp verleent.  Hij  belooft een onderzoek naar problemen op de arbeidsmarkt in de jeugdzorg. Daarin betrekt hij ook de problemen die vrijgevestigden ervaren.

De administratie van hulpverleners kan een stuk eenvoudiger als niet alle gemeenten een eigen contractvorm kiezen, maar in plaats daarvan gelijksoortige contracten gebruiken. De VNG ontwikkelt standaardcontracten. Nog niet alle gemeenten gebruiken standaardcontracten. Om de administratieve lastendruk voor hulpverleners te verminderen, wil De Jonge ze daar wettelijk toe verplichten. Daarvoor heeft hij al een wetsvoorstel ingediend.

Kooiman (SP) en Westerveld (GroenLinks) willen de administratieve lasten verminderen door de aanbestedingsplicht in de jeugd-ggz te schrappen. De minister wijst erop dat daarvoor Europese regels moeten worden gewijzigd. Hij werkt daaraan, maar kan nog geen nieuws melden. De Jonge herinnert de Kamer er aan dat binnen de nu geldende aanbestedingsregels al veel meer mogelijk is dan wordt gedacht. Als voorbeeld noemt hij dat gemeenten en hulpverleners vaak langlopender contracten aan kunnen gaan dan nu, zonder daarbij tegen Europese regels aan te lopen.

De lasten die vrijgevestigden ervaren, kunnen zij voor een deel zelf oplossen als zij beter samenwerken, benadrukt Peters. Samen kunnen zij beter onderhandelen en hun belangen behartigen. Minister De Jonge meldt dat er binnen de VNG iemand speciaal is aangesteld om vrijgevestigde aanbieders te helpen samenwerken.

Tielen (VVD) en Voordewind (ChristenUnie) pleiten voor een betere samenwerking tussen enerzijds generalistische huisartsenzorg en wijkverpleging, en anderzijds de specialistische jeugdzorg. Het is belangrijk om ook de vrijgevestigde hulpverleners daarbij te betrekken.

De Kamer stemt dinsdag 13 februari over de ingediende moties.