De kwaliteit van dyslexierapportages

14-9-2018

Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam naar de kwaliteit van dyslexierapportages blijkt dat er ruimte is voor een kwaliteitsverbetering, met name waar het gaat om onderbouwing van de hardnekkigheid en de ernst van de lees- en/of spellingsproblemen. Dit en meer schrijft minister Slob in zijn brief aan de Tweede Kamer van 7 september jl. In deze brief gaat de minister ook in op het ‘Stimuleringsprogramma preventieve & integrale aanpak dyslexie & hulpmiddelen’ en de in ontwikkeling zijnde ‘brede vakinhoudelijke richtlijn Dyslexie’.

De conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers krijgen in beide trajecten een plaats. De NVO is verheugd dat in deze Kamerbrief uitgebreid wordt ingegaan op de vakinhoudelijke richtlijn Dyslexie, die mede door onze beroepsvereniging wordt ontwikkeld.

De belangrijkste bevindingen van het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam dat in opdracht van het ministerie van OCW is uitgevoerd, zijn:

  • Met betrekking tot administratie en aanmelding geven de onderzoekers aan dat de hulpvraag in de meeste gevallen wel wordt vermeld, maar dat in een derde van de rapporten niet duidelijk wordt wie het kind voor diagnostisch onderzoek heeft aangemeld.
  • Informatie over de duur van de geldigheid van de dyslexieverklaring en het diagnostisch rapport is in respectievelijk een derde en twee derde van de onderzochte items opgenomen.
  • Het vaststellen van de hardnekkigheid van lees- en spellingsproblemen is één van de belangrijkste criteria om dyslexie vast te kunnen stellen. In 25 procent van de rapporten kan de ernst van de lees- en spellingproblemen niet worden afgeleid uit de gerapporteerde gegevens. In 60 procent van die gevallen werden de uitkomsten van toetsen niet gerapporteerd of was de score niet eenduidig te herleiden en in 40 procent werd de score wel gerapporteerd maar viel die boven het criterium dat telt voor ernst/achterstand. Ook de inhoud en vorm van de geboden hulp in het voortraject wordt niet duidelijk gespecificeerd.
  • In de meeste rapporten wordt verslag gedaan van onderzoek naar verklarende factoren en worden alternatieve verklaringen uitgezonderd. Ook worden er wel aanbevelingen voor remediering en compenserende en dispenserende hulpmiddelen en faciliteiten gegeven, maar die beperken zich tot algemene adviezen en zijn niet ‘op maat’ van de leerling.
  • De navolgbaarheid en de compleetheid van de rapporten als het gaat om ernst, hardnekkigheid en indicering werd beperkt gerelateerd aan factoren als onderwijsfase, jaar van onderzoek, onderzoek binnen of buiten de vergoede zorg en/of het onderzoek binnen of buiten school heeft plaatsgevonden.
  • De onderzoekers concluderen dat er met name op het terrein van de navolgbaarheid van ernst en hardnekkigheid ruimte voor verbetering is.


Voor de gehele rapportage klik hier.