BIG-loos

26-10-2018
Afbeelding: OG in de BIG

Marlies Post, directeur NVO: 'Ik ben er zo een. Een BIG-loze. Een persona non grata in de zorg.

Een universitair opgeleide professional die een risico vormt voor zijn cliënt, zijn collega’s en zijn organisatie. Die van zorgverzekeraars minder vergoed krijgt dan vergelijkbare professionals.
Voor de leken onder u: een big-loze is geen depressief moedervarken dat tien of twaalf gezellige biggetjes ontbeert.

Het is ook geen agrariër die er bewust voor kiest geen varkensvlees te fokken. Een BIG-loze is een soort dakloze professional. Iemand die niet is geregistreerd in het Register dat hoort bij de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg'
.

Ik koos mijn beroep niet omdat ik per se wilde werken met kinderen. Mij fascineerde de opvoedingsrelatie; het samenspel tussen ouders en kinderen. Een spel waarvan je veel kunt leren als je kinderen en jongeren wilt helpen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Een spel waarvan je veel kunt leren om hele gezinnen weer gezond te laten functioneren. Een spel ook dat buitengewoon relevant is in de gehandicaptenzorg, waar sprake is van levenslange afhankelijkheidsrelaties. Er bleek een wetenschap te zijn die zich daarmee bezig houdt. Al tenminste honderd jaar. Een wetenschap die onder vuur lag, vanwege de vraag of dit wel wetenschap kan zijn. Het pleit werd beslecht in het voordeel van die wetenschap: zeven Nederlandse universiteiten en een aantal Vlaamse kennen nu een opleiding orthopedagogiek. Ik ben trots op mijn opleiding en ik mag me met recht een trotste beroepsbeoefenaar noemen. Mijn cliënten waarderen me, mijn collega’s vragen mij vaak het voortouw te nemen in de coördinatie van soms heel complexe opvoedingssituaties en mijn werkgever schakelt mij in om mee te denken over zorgvraagstukken.

Maar ik ben een BIG-loze. En dan is de kwaliteit van mijn werk niet geborgd en val ik niet onder tuchtrecht. Is dat ook zo? NEE! Als lid van mijn beroepsvereniging committeerde ik me zodra ik lid werd aan de beroepscode. Ik handel volgens vakinhoudelijke richtlijnen, die gelden in mijn vakgebied. Ik ben tuchtrechtelijk aansprakelijk voor al mijn handelen, ook als ik als pedagoog optreed buiten mijn reguliere werk. Ik sta geregistreerd bij mijn verenging en moet eens in de vijf jaar aantonen dat ik voldoende relevante werkervaring heb opgedaan, dat ik voldoende scholing van voldoende niveau heb gevolgd en dat ik intervisie heb gevolgd. Ik voel me in geen enkel opzicht dakloos. Laat staan dat mijn kwaliteit niet geborgd zou zijn.

Mijn beroepsvereniging probeert al jaren  een deel van mijn beroepsgroep wél onder te brengen in de Wet BIG. Je zou zeggen, als BIG-loos zijn zo problematisch is, staat iedereen te trappelen om je met open armen te ontvangen. Maar dat is dan weer niet zo. Ondanks wachtlijsten en vakbekwame professionals die aan de zijlijn staan, terwijl zij niets liever willen dan hun bijdrage leveren. Want mijn beroep, mijn wetenschappelijke grondslag, heeft honderd jaar later nog steeds te lijden onder de vraag of dit wel een aparte discipline is. En het zou verwarrend zijn dat er meerdere parallelle beroepen zijn. Daar begrijp ik echt helemaal niets van: met ademhalingsklachten kom je soms terecht bij de longarts en soms bij de cardioloog. Niks verwarrends aan toch? Maar nu dreigt mijn beroepsvereniging bijna een soort persona non grata te worden en dat alleen omdat zij van BIG-lozen BIGgen wil maken.

Mij maakt het allemaal niet zo veel uit. Ik voel me geen BIG-loze, ik voel me geen persona non grata. Ik ben overtuigd van de kwaliteit van de zorg die ik lever. Kwaliteit die ik kan aantonen. Maar ik verbaas me wel heel erg over dat ik blijkbaar als BIG-loze te boek sta en dat ‘men’ dat een beklagenswaardige status vindt.

Was ik een basis-orthopedagoog of zelfs orthopedagogen-generalist, dan had ik het zo geschreven….