Zorgen over Jeugdhulp onderbouwd

26-4-2019

Net als veel andere partijen, maakt de NVO zich zorgen over de Jeugdhulp. We zien in de jeugdhulp wachtlijsten en klachten van ouders over niet passende hulp, professionals die binnen de huidige kaders niet de hulp kunnen bieden die zij zouden willen bieden, klachten over te hoge caseload, een te hoge werkdruk en administratieve lasten en een te hoog personeelsverloop. Tegelijkertijd hebben we als samenleving hoge ambities als het gaat over jeugdhulp. Zo willen we graag dat kwetsbare kinderen zo thuisnabij mogelijk opgroeien. Dat vergt investering, in geld, maar ook in cultuur en in samenwerking tussen professionals, werkgevers en gemeenten.

De Tweede Kamer is hierop ook alert. Afgelopen periode namen we als NVO deel aan een rondetafelgesprek over de vraag wat nodig is om kinderen en hun ouders en gezinnen met een intensieve en langdurige hulpvraag beter te helpen, binnen of buiten de kaders van de Jeugdwet. Naar aanleiding van de ambitie om meer kinderen thuisnabij hulp te bieden en het gebrek aan middelen om dat te realiseren, eiste de Tweede Kamer vorige week van minister De Jonge dat die nog voor het reces dat vandaag begonnen is, onderzoeksresultaten over kosten en volume van de jeugdhulp aan de kamer zou sturen (zie ook ons bericht van vorige week). Afgelopen woensdag deed de minister dat.

Het rapport van Significant biedt een overzicht en toegankelijke samenvatting van de drie rapporten, de andere twee zijn meer verdiepend.

Diverse partijen hebben al laten weten in actie te willen komen. De NVO zal dat ook doen, in samenwerking met de collega-beroepsverenigingen.

Binnen deze termijn kan de NVO alleen een eerste korte impressie geven van de onderzoeken; voor een goede analyse en het formuleren van oplossingsrichtingen en maatregelen hebben we meer tijd nodig.

Een eerste impressie:

  • De cijfers wijzen erop dat de kosten en het aantal cliënten zijn toegenomen, terwijl veel gemeenten juist moesten bezuinigen;
  • Die toename zit het meest in ambulante jeugdhulp, maar ook jeugdhulp met verblijf is toegenomen;
  • Niet onverwacht is er bij gemeenten die meer niet-westerse inwoners hebben, meer gezinnen die in armoede leven,  meer scheidingen en/of een-oudergezinnen kennen ook meer jeugdhulp nodig;
  • Ontwikkelingen in andere domeinen, zoals het vervallen van de AWBZ, leidt tot een niet-voorziene instroom van cliënten met een andere problematiek;
  • Gemeentes wijzen soms ook naar aanpalende domeinen, onderwijs, langdurige zorg en ggz, waar zij niet de verantwoordelijkheid voor dragen en die zij niet of iet voldoende kunnen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid.
  • Zo’n driekwart van de gemeentes heeft afgelopen periode een beroep gedaan op het fonds dat hiervoor in het leven is geroepen;
  • De problematiek doet zich het meest voor in de grote steden, maar zeker niet uitsluitend. Er zijn regionale verschillen, maar ook grote verschillen tussen gemeentes binnen één regio.