Wat is passend onderwijs?

3-7-2015

Op dinsdagavond 30 juni jl. gingen Kamerleden in debat met staatssecretaris Dekker (OCW) over de voortgangsrapportage passend onderwijs. Ter voorbereiding op dit debat hield de Tweede Kamer een Rondetafelgesprek met diverse (ervarings)deskundigen en betrokkenen over de voortgang van passend onderwijs sinds de invoering per 1 augustus 2014. Namens de NVO deed orthopedagoog-generalist Marieke Beentjes mee aan dit Rondetafelgesprek en leverde een position paper aan, hierover berichtte de NVO al eerder in de nieuwsbrief en op de website.

Tijdens het debat stond de vraag centraal wat passend onderwijs is, hoe dit geboden kan worden en wie hierin welke verantwoordelijkheid heeft.

Over de voortgangsrapportage passend onderwijs deed de PvdA o.a. een pleidooi voor een flexibeler leerlingenbudget zodat iedereen passend onderwijs kan krijgen en vroeg aandacht voor meer preventie, in het bijzonder bij kinderen met ontwikkel-, taal- en spraakstoornissen. De SP overhandigde haar onderzoek waaruit blijkt dat de werkdruk in het speciaal onderwijs te hoog is geworden. D66 wil meer duidelijkheid voor ouder(s) wanneer hun kind zowel onderwijs als zorg nodig heeft. Welke hulp, begeleiding en zorg moet uit welk budget komen en hoe kunnen we dit vergemakkelijken? Ook vroegen partijen om doorzettingsmacht in alle samenwerkingsverbanden, terwijl nu zo’n 60-70% dit geregeld heeft. Met doorzettingsmacht kunnen samenwerkingsverbanden passend onderwijs afdwingen. De ChristenUnie zou graag een oplossing zien voor de kleine schoolbesturen die in relatief veel samenwerkingsverbanden zitten en daardoor te maken hebben met veel bureaucratie. Kamerbreed waren er vragen over het terugdringen van het aantal thuiszitters, op dit moment zo’n 12.000 – 16.000 leerlingen in Nederland.

Staatssecretaris Dekker (OCW) gaf aan dat bij een stelselwijziging diverse partijen andere verantwoordelijkheden krijgen (schoolbesturen en samenwerkingsverbanden in het bijzonder) en dat zij ook de tijd en ruimte moeten krijgen om passend onderwijs vorm te geven en te verbeteren. De Onderwijsinspectie houdt toezicht op de samenwerkingsverbanden. Voor een bepaalde groep kinderen (met een ernstig meervoudige beperking) is de staatssecretaris in overleg met Martin van Rijn (staatssecrataris van VWS) bezig om de financiering beter te regelen. Dit wil de staatssecretaris echter niet voor elke groep doen, omdat dit maatwerk kan belemmeren. Na de zomer komt Dekker met beleidsreactie op een rapport over de mogelijkheden van onderwijs buiten de school en zal hij hierin de voor- en nadelen benoemen van maatwerkoplossingen en het bekostigen van particulier onderwijs wanneer dat nodig is.

Na de zomer zal er zeer waarschijnlijk nog een VAO (Verslag Algemeen Overleg) in de Tweede Kamer plaatsvinden waarbij er moties ingediend kunnen worden. Bij nieuwe ontwikkelingen zal de NVO daarover informeren via de nieuwsbrief en website. Voor vragen kunt u contact opnemen met Tim de Kroon (medewerker Public Affairs) via t.dekroon@nvo.nl.