Van Rijn wil meldcode kindermishandeling aanpassen

14-1-2016

Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) wil dat alle kinderen die (vermoedelijk) slachtoffer zijn van kindermishandeling goed in beeld zijn en blijven bij Veilig Thuis. Dit heeft hij laten weten in de 7e voortgangsrapportage geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). De werkwijze van Veilig Thuis wordt daarom aangescherpt. Voor professionals wordt de verplichte meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld minder vrijblijvend gemaakt met een registratievereiste. Dat betekent dat professionals die zelf een hulptraject starten bij vermoedens van kindermishandeling bij Veilig Thuis moeten laten registreren dat die hulp wordt gegeven. Als dan bijvoorbeeld blijkt dat er al eerder zorgen waren over dat kind, komt er extra actie.

De artsenorganisaties hebben al laten weten niet gelukkig te zijn met het voorstel. Hun bezwaren komen overeen met hun bezwaar tegen invoering van een meldplicht. Ook de NVO uitte al eerder, samen met zes andere verenigingen, bedenkingen richting de Tweede Kamer over aanpassing van de meldcode.

Voor de invoering van een registratievereiste in de meldcode is een wetswijziging nodig. Staatssecretaris Van Rijn is met de voorbereiding daarvan gestart. Uitwerking vindt plaats in overleg met onder andere professionals en gemeenten.

De NVO is inmiddels gesprekspartner van het ministerie van VWS, en heeft in december 2015 met hen en de Taskforce Kindermishandeling gesproken over het (al dan niet) aanpassen van de meldcode en blijft betrokken bij het vervolg, ook als het gaat rondom de bewustwording en scholing van professionals in relatie tot het melden van (ernstige vermoedens van) kindermishandeling.

Op donderdagmiddag 14 januari heeft de Tweede Kamer gesproken over dit onderwerp tijdens een zogeheten ‘VAO Kindermishandeling/GIA’ waarbij er moties zijn ingediend:

  • Zo diende D66 een motie in om te vragen om een advies van de Raad van State over de registratievereiste (volgens D66 een verkapte meldplicht) bij kindermishandeling. Volgens de staatssecretaris is deze motie voorbarig, omdat het debat hierover nog wordt gevoerd op 9 februari, en overbodig omdat het om een wetswijziging gaat en er dan automatisch een advies van de Raad van State wordt gevraagd.
  • Het CDA diende een motie in om onderzoek te doen naar de capaciteit en middelen die nodig zijn voor het wijzigingen van stap 5 in de meldcode door er een registratieplicht aan toe te voegen. Ook deze motie werd ontraden door Van Rijn, omdat dit onderdeel is van de voorbereiding en uitwerking van het wetsvoorstel om de meldcode aan te passen.
  • De SP diende een motie in die beoogd dat er ook toegang komt tot psychische behandeling van kinderen zonder dat er sprake hoeft te zijn van een psychisch probleem of stoornis, bijvoorbeeld voor KOPP-kinderen (Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen). Juist om behandeling al in te kunnen zetten, preventief. Volgens de staatssecretaris is het systeem daar al op ingericht; als professionals dat nodig achten kan behandeling gewoon ingezet worden.


Over de situatie van KOPP-kinderen gaf Van Rijn aan dat er sowieso nog een brief over komt, deze zal hij voor 9 februari naar de Kamer toesturen. Dan praat de Tweede Kamer commissie VWS opnieuw over kindermishandeling, waaronder aanpassing van de meldcode en de situatie bij Veilig Thuis.

Update 19 januari 2016
Ook over de moties van D66 en CDA zal niet gestemd worden op dinsdag 19 januari. Zij hebben, net als de SP (deze in afwachting van de brief van de staatssecretaris), hun moties aangehouden. Deze punten zullen dan ook aan de orde komen tijdens het eerstvolgende debat over kindermishandeling / geweld in afhankelijkheidsrelaties op dinsdag 9 februari van 16.00 - 19.00 uur in de Tweede Kamer commissie VWS. Uiteraard zullen wij hier verslag van doen.

Heeft u vragen over bovenstaand? Neem dan contact op met Tim de Kroon (medewerker Public Affairs) via t.dekroon@nvo.nl.