Toestemming van beide ouders

2-3-2018

Zorgelijk vindt de NVO een artikel van Jolanda van Boven dat op 18 januari jl op de site van het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid werd gepubliceerd. Het artikel stelt dat ‘Anno 2018 (..) het criterium ‘ernstig nadeel’ (moet) worden beschouwd door de bril van het grote belang van preventie en vroegsignalering, alsmede vanuit het perspectief dat kindermishandeling met alle mogelijke middelen moet worden voorkomen en bestreden.’ De NVO zocht al eerder uit hoe dit zich verhoudt met de NVO-beroepscode, maar besteedde hier verder geen aandacht aan. Afgelopen week bleek echter dat het betreffende artikel o.a. bij scholen en samenwerkingsverbanden tot discussie leidt. Daarom nu toch de reactie van de NVO. Die luidt kortweg: Er is geen shortcut mogelijk door te zeggen dat in feite al het handelen in het kader van preventie en vroegsignalering van belang is om ernstig nadeel voor het kind te voorkomen/ af te wenden en dat dus zonder toestemming gehandeld mag worden.

De wet geeft een hulpverlener bijna geen ruimte om hulp te bieden aan kinderen (tot twaalf jaar) als de gezagdragende ouders daar niet mee akkoord gaan (Zie art. 7:450 BW en art. 7.3.4 Jeugdwet). De NVO-beroepscode is daarmee in lijn: de pedagoog vraagt aan beide wettelijke vertegenwoordigers toestemming voordat hij zijn opdracht aangaat en gaat de opdracht niet aan als een van de wettelijke vertegenwoordigers zijn toestemming weigert (artikel 6 beroepscode).

Op deze regel geldt één uitzondering, die in sommige gevallen bij hulp in verband met kindersmishandeling aan de orde kan zijn. Als een hulpverlener de hulp aan het kind dringend nodig vindt mag die noodzaak van hulp uiteindelijk de doorslag geven, ook als een van de gezagdragende ouders niet met de hulp instemt (te denken valt aan diagnostiek na mogelijke kindermishandling, of behandeling van ernstige gevolgen van kindermishandeling). Voorwaarde is dat de hulp dringend nodig is om ernstig nadeel bij het kind te voorkomen, de hulpverlener alles heeft gedaan wat hij in redelijkheid kon doen om toestemming te krijgen van beide gezagdragende ouders en de hulpverlener tot het oordeel komt dat de gezagdragende ouder die weigert zich in zijn weigering kennelijk niet laat leiden door de belangen van zijn kind (zie handreiking dubbele toestemming bij kindermishandeling).

Er is geen shortcut mogelijk door te zeggen dat in feite al het handelen in het kader van preventie en vroegsignalering van belang is om ernstig nadeel voor het kind te voorkomen/ af te wenden en dat dus zonder toestemming gehandeld mag worden. Daar is eerst een zorgvuldige afweging voor nodig bij de pedagoog, gebaseerd op eigen onderzoek naar de toestemming en de reden om dit niet te geven. Door dit niet expliciet te vermelden in haar blog wekt Van Boven de indruk dat de genoemde stappen overgeslagen kunnen worden en dat kan niet. Kortom als een pedagoog een uitzondering wil maken op het toestemmingsvereiste van beide gedragende ouders dan kan dat alleen als er sprake is van een zeer zwaarwegende uitzondering en dit moet de pedagoog zeer goed kunnen verantwoorden. Er kan niet andersom geredeneerd worden dat als er sprake is van ernstig nadeel er dus zonder toestemming gehandeld worden.

Het zal van de omstandigheden van het geval afhangen of sprake is van ernstig nadeel en hoe de tuchtrechter hier over oordeelt.