Terugblik: Derde Dag van de Pedagogiek (4-11-2016)

10-11-2016

Vorige week gaven we in deze nieuwsbrief al een eerste impressie: op 4 november vond in Corpus in Leiden de, alweer derde, Dag van de Pedagogiek plaats. De Dag van de Pedagogiek heeft als ambitie dat pedagogische professionals in één dag ‘bij’ zijn als het om actuele wetenschappelijke inzichten op het gebied van de pedagogiek gaat. Elk jaar is één van de Nederlandse universiteiten ‘trekker’; die universiteit levert de dagvoorzitter, heeft inbreng in het inhoudelijke programma en heeft de gelegenheid eigen onderzoeksprojecten te presenteren. Dit jaar was de Universiteit Leiden de ‘trekkende’ universiteit. De universiteit schoof Ina Berckelaer-Onnes naar voren als dagvoorzitter. Ina vervulde die rol op erudiete en bindende wijze. Het aantal deelnemers aan de Dag van de Pedagogiek stijgt in de loop van de afgelopen drie jaar; afgelopen vrijdag mochten we bijna 230 deelnemers verwelkomen. Voor het eerst reikte de NVO haar jaarlijkse thesisprijs uit op de Dag van de Pedagogiek. Dat bleek prima in de opzet van de Dag te passen. De Dag van de Pedagogiek is een initiatief van de NVO, de Nederlandse universiteiten, stichting O&A en uitgeverij Garant.

Het accent lag dit jaar op onderwijs en jeugdhulp. In het ochtenddeel sprak Ruben Fukkink over de ontwikkelingen in de Kinderopvang, Chris Espin over haar probleem-oplossende benadering voor leer- en gedragsproblemen en Peter Nikken over media-opvoeding.

Ruben Fukkink presenteerde een vergelijkend internationaal onderzoek over samenwerkende professionals in onderwijs en kinderopvang. Ook schetste hij de perspectieven die de Wet Kinderopvang zal bieden voor kwaliteitsborging én voor hoger opgeleide professionals in de Kinderopvang om daaraan hun bijdrage te leveren. Over die ontwikkeling in de Kinderopvang publiceert de NVO o.a. in één van de komende nummers van De Pedagoog.

Chris Espin pleit voor interventie bij leer- en gedragsproblemen in het onderwijs zónder diagnose te stellen. Zij legt daarbij een relatie met de medische wetenschap: voor een bepaalde klacht helpt in een groot aantal van de patiënten een bepaalde behandeling. Probeer die dan eerst uit, helpt die niet, dan proberen we een andere interventie. Dat kan ook met leer- en gedragsproblemen in het onderwijs. Ook dat ‘helpt’, toonde zij aan. En het is ook toepasbaar voor en door leerkrachten in de praktijk, die gewoon’ onderwijs aan gemengde groepen moeten geven. Een vraag waarop we als NVO nog eens dieper zouden kunnen inzoomen is hoe handelingsgerichte diagnostiek van Pameijer zicht verhoudt tot de probleemoplossende benadering van Espin.   

Peter Nikken schetste hoe leerlingen van beide seksen in diverse onderwijsvormen omgaan met verschillende digitale media en hoe verschillend zij daarin zijn. Leerkrachten in die verschillende onderwijsvormen zouden daar nog meer optimaal op kunnen inspelen.

Eén van de prijswinnaars van de thesisprijs gaf een humoristisch en tegelijk tekenend tintje aan haar presentatie. Ondanks haar uitstekende thesis heeft zij nog geen baan; zij geeft nu vijf dagen per week zwemles. Haar zwemleerling op de dia was getooid met ringen in Olympische kleuren. Ook háár ambities reiken verder, zei ze. In de aanbieding voor een leuke functie dus, deze startende pedagoge.

Hanna Swaab ging in op de neurologische ontwikkeling van sociaal leren. Vervolgens gaf zij een pedagogische ‘draai’ aan een bijna neurobiologische ontwikkeling: is een achterlopende of stagnerende ontwikkeling van sociaal leren een verklarende factor bij zich ontwikkelend crimineel gedrag van jongeren, met name in multi-probleemgezinnen? Hoe kun je interveniëren om dat sociaal leren verder te helpen? En tenslotte de hamvraag: is dat effectief? Het Preventie Interventie Team (PIT) in Amsterdam richt zich op de broers en zussen van de ‘top 600’ overlast gevende risicoleerlingen om die vraag te onderzoeken en te beantwoorden.

Ten slotte ging Mariska van der Steege in op de ontwikkeling van de richtlijn Jeugdhulp voor multi-probleemgezinnen. Schokkend voor haar én ons was om te zien hoe weinig professionals in déze zaal de richtlijnen Jeugdhulp in het algemeen en deze richtlijn in het bijzonder kenden. Van der Steege schetste situaties van een zich opeenstapelende problematiek, zoals die zich in de praktijk voordoen. Ook hier is natuurlijk de vraag: hoe intervenieer je en wat is een (aantoonbaar) effectieve manier om dat te doen? Zij benadrukte dat de richtlijnen niet alleen belangrijk zijn voor professionals in de jeugdhulp, maar ook voor professionals in de domeinen onderwijs, langdurige zorg en ggz.

Zowel het ochtend- als het middagdeel werd afgesloten met een paneldiscussie.

Als NVO kijken we terug op een naar ons idee zeer geslaagde dag. De deelnemers zijn inmiddels, zoals altijd, gevraagd naar hun bevindingen. Met uw mening doen wij ons voordeel met een volgend evenement.

Afbeelding: Foto thesisprijs