Stand van zaken OG in de BIG: ambtelijke pre-consultatie

7-7-2017

Graag berichten wij u over de laatste stand van zaken rondom de ‘OG in de BIG’. Als bestuur en bureau kregen we al eerder op vertrouwelijke basis concepten van de tekst van het voorstel tot wetswijziging. Het Ministerie van VWS start nu een ambtelijke pre-consultatie bij een aantal beroeps- en brancheverenigingen. Deze pre-consultatie gaat vooraf aan de formele internetconsultatie na de zomer. Het wetsvoorstel regelt de opname van de OG; daarnaast regelt het ook uitbreiding van de herregistratie-eisen, de opname van het beroep regieverpleegkundige in art. 3 en de modernisering van de deskundigheidsgebieden van de apotheker, GZ-psycholoog en psychotherapeut.

Vrijdag 30 juni jl. ontving de NVO, net als een aantal andere beroeps- en brancheverenigingen bericht van VWS over de herziening Wet BIG. In het memo stelt VWS partijen een aantal vragen, o.a. over de deskundigheidsbeschrijving van een aantal beroepen en herregistratie-eisen. Tot nu toe was voor herregistratie in het BIG-register alleen een aantal uren werkervaring vereist. Daar wordt nu deskundigheidsbevordering aan toegevoegd. Dit is in lijn met wat voor ons verenigingsregister al langer geldt; herregistratie in het NVO-register vereiste altijd al deskundigheidsbevordering (o.a. bij- en nascholing en intervisie).

Als het om de OG gaat, stelt het memo van VWS vragen over de deskundigheidsbeschrijving en de opleidingseisen. Bij het memo van VWS is ook de conceptwettekst bijgevoegd die ervoor pleit de OG op te nemen in de Wet BIG.

De vragen die het memo van VWS stelt, worden op ambtelijk niveau uitgezet en beantwoord. Voor beantwoording zal de NVO uitgaan van hetgeen zij in december 2016 al aanleverde aan het College van de FGZPt. Kortweg houden die in dat de OG uitgaat van de Rechten van het Kind en de Rechten van de Gehandicapte en dat de OG bij diagnose en behandeling altijd insteekt op de opvoedingsrelatie(s) om optimale ontwikkeling te bewerkstellingen. De einddoelgroep van de OG kenmerkt zich immers door een afhankelijkheidsrelatie. De vier reguliere opleidingen tot OG die Nederland kent, gaan uit van het beroepscompetentieprofiel dat de NVO in 2014 vaststelde en dat is gebaseerd op de CANMEDs-methode.

Onafhankelijk onderzoek door medisch projectbureau LSJ dat de minister van VWS uitzette, wees uit dat de opleiding OG gelijkwaardig is aan die van de GZ-opleiding. Ondanks deze gelijkwaardigheid in vakbekwaamheidsniveau, zijn de orthopedagoog generalist en GZ-psycholoog echter twee onderscheidende beroepen mét onderscheidende opleidingen. Het gaat om een aanpalende opleiding en daarom zijn er natuurlijk overeenkomsten, maar de competenties waartoe wordt opgeleid verschillen en dat geldt ook voor het praktijkdeel van de opleiding. Zeven Nederlandse universiteiten bieden een universitaire opleiding orthopedagogiek aan. Daarnaast zijn er vier integrale OG-opleidingen. Op dit moment ontwikkelen de vier hoofdopleiders van de OG-opleidingen samen met de NVO documenten die straks vereist zijn, zoals een opleidingsplan en een erkenningsregeling voor praktijkopleidingsplaatsen.

De NVO is er dan ook van overtuigd dat zij het onderscheidende van het beroep en van de opleidingen inhoudelijk goed kan duiden.  De internetconsulatie waarop een ieder kan reageren denkt het Ministerie van VWS na de zomer uit te zetten.