Schippers beantwoordt brief NVO over regiebehandelaarschap OG

19-5-2016

Op 19 mei antwoordde minister Schippers op de brief die de NVO op 6 april stuurde over het Kwaliteitsstatuut en het regiebehandelaarschap van de orthopedagoog generalist (OG). U vindt de brief hier.

De minister geeft aan dat zij voor zichzelf geen rol ziet als het gaat om het opstellen van kwaliteitsnormen. Zij geeft aan dat het aan het veld is om normen te stellen en dat registratie daarvan de verantwoordelijkheid is van het Zorginstituut Nederland. De NVO heeft in haar handelwijze echter steeds ingespeeld op deze rolverdeling, maar riep de minister na afloop van het traject op om in déze specifieke situatie over te gaan tot een tijdelijke voorziening, vanwege het continuïteitsvraagstuk dat nu ontstaat. Dit omdat die de rol- en taakverdeling van veldpartijen te buiten gaat. De minister gaat daarom feitelijk niet in op het verzoek van de NVO.

Op het voorstel van de NVO om het traject om de OG op te nemen in de Wet BIG te versnellen, verwijst de minister naar een nog lopende discussie over individuele opleidingstrajecten. Daarbij gaat de minister ervan uit dat de NVO dit deel van de opleidingen onder haar eigen verantwoordelijkheid zou willen houden. De NVO heeft VWS echter meerdere keren expliciet laten weten dat dit niet de bedoeling is; de NVO is juist in gesprek met de opleidingsinstellingen over de nieuwe situatie en over documenten die opleidingsinstellingen moeten opstellen. In dát kader spreekt zij met de opleidingsinstellingen ook over de mogelijkheid dat die het individuele traject overnemen. Daarover is ook bij opleidingsinstellingen echter het laatste woord nog niet gezegd en daarom wil de NVO na de zomer een expertmeeting organiseren. De NVO vroeg VWS meerdere keren  of er bezwaar is als de opleidingsinstellingen een individueel traject zouden vormgeven.

De NVO levert zelf zo snel mogelijk alle informatie die VWS in het kader van het wetstraject vraagt, zoals een deskundigheidsbeschrijving en input voor een AMvB en neemt haar verantwoordelijkheid als het gaat om overdragen van taken aan opleidingsinstellingen. Het zou dan ook zeer betreurwenswaardig zijn als versnelling van het wetstraject zou stranden op het klaarblijkelijke (verwijderen, is dubbel) misverstand dat klaarblijkelijk nog steeds bij VWS bestaat.

De minister gaat in op de aantallen waarom het zou gaan en geeft vervolgens aan dat orthopedagogen generalist ook werkzaam kunnen zijn in de ggz en tijd kunnen schrijven in een dbc. Ook hiermee gaat de minister niet in op het probleem dat de NVO signaleert: de toegevoegde waarde van juist de orthopedagoog generalist als regiebehandelaar voor specifieke doelgroepen en specifieke situaties, waarvoor de commissie Meurs al pleitte en die de NVO met casuïstiek illustreerde in haar position paper.

De NVO waarschuwde voor invoering van het Kwaliteitsstatuut in de jeugd-ggz; ten eerste omdat het instrument zich niet goed verhoudt met de verantwoordelijkheidsverdeling onder de Jeugdwet en ten tweede omdat de Jeugdwet niet spreekt over jeugd-ggz. De minister geeft tot enige geruststelling van de NVO aan dat de partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Jeugdwet aan zet zijn als zij het hanteren van een vergelijkbaar Kwaliteitsstatuut zouden overwegen.