Reactie NVO-leden op RSJ-advies over interlandelijke adoptie

3-11-2016

Op 2 november publiceerde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) een advies om te stoppen met de adoptie van kinderen uit het buitenland. In de Tweede Kamer was er dezelfde dag al het verzoek om hier binnenkort een hoorzitting over te houden met deskundigen. Uiteraard houdt de NVO dit met belangstelling in de gaten.

Twee leden van de NVO; Femmie Juffer (bijzonder hoogleraar op het gebied van adoptie en pleegzorg, Universiteit Leiden) en Anneke Vinke (Voorzitter bestuur ADOC Kenniscentrum voor Adoptie en Pleegzorg) hebben vanuit hun onderzoek en ervaringen met interlandelijke adoptie onderstaande reactie geschreven die wij graag met u delen.

Onderzoek is duidelijk: interlandelijke adoptie is goede optie voor kind
Internationaal wetenschappelijk onderzoek laat overtuigend zien dat opgroeien in een kindertehuis langdurige negatieve gevolgen heeft voor de kinderlijke ontwikkeling. Dat betreft alle terreinen van de ontwikkeling: de hersenen, lichamelijke groei, gehechtheid, intelligentie en schoolprestaties, en sociaal-emotioneel functioneren. Kinderen zijn veel beter af in een gezin. Nederland heeft het Haags Adoptieverdrag ondertekend waarin staat dat interlandelijke adoptie een laatste redmiddel is voor kinderen die anders in een kindertehuis moeten opgroeien. Duidelijk moet zijn dat een kind niet in de eigen familie of in een pleeg- of adoptiegezin in eigen land kan opgroeien. Alleen dan is volgens het Haags Adoptieverdrag interlandelijke adoptie een verantwoorde optie voor het kind.

Dat interlandelijke adoptie als laatste in de rij genoemd wordt, is niet voor niets. Het is belangrijk dat kinderen de mogelijkheid krijgen om zo dicht mogelijk bij huis in een gezin op te groeien. Het is een goede zaak dat er steeds meer landen zijn waar binnenlandse adoptie een plaats krijgt of heeft gekregen. Met als gunstig gevolg dat er meer kinderen in een gezin opgroeien in plaats van een tehuis. Dat is ook een van de redenen waarom het aantal interlandelijke adopties terugloopt, in Nederland en wereldwijd. Maar helaas is het nog niet zover dat er voor elk kind in eigen land een gezin gevonden kan worden.

Interlandelijke adoptie is zeker niet de laatste optie in de rij van bewezen effectieve maatregelen.  Vergeleken met kinderen die achterblijven in een tehuis zijn interlandelijk geadopteerden veel beter af. Tal van wetenschappelijke studies en meta-analyses hebben aangetoond dat adoptiekinderen een verrassend grote inhaalslag maken op alle terreinen van de kinderlijke ontwikkeling: lichamelijke groei, gehechtheid, verstandelijke en sociaal-emotionele vaardigheden. En vergeleken met pleegkinderen ervaren adoptiekinderen meer stabiliteit: terwijl het percentage overplaatsingen en afgebroken plaatsingen bij pleegzorg in Nederland en de ons omringende landen tussen de 25 en 45 procent ligt, gaat het bij adoptiekinderen om een veel lager percentage (3 tot 6 procent). Adoptie biedt in vergelijking met pleegzorg aan kinderen meer stabiliteit en een permanent gezin.

Wat vinden geadopteerden zelf?
Het is ook belangrijk wat interlandelijk geadopteerden zelf vinden. Naast ervaringsverhalen is er wetenschappelijk onderzoek waarin de stem van de geadopteerden gehoord wordt. Zo toonde een omvangrijke meta-analyse aan dat interlandelijk geadopteerden een even goed zelfbeeld hebben als binnenlands geadopteerden en niet-geadopteerden. Dat was niet alleen gebaseerd op rapportage over de geadopteerden, maar ook op hun eigen mening. En in een recent ADOC-onderzoek gaf verreweg de meerderheid van de interlandelijk geadopteerden aan tevreden te zijn met hun leven.

In de media