Kindermishandeling bestrijd je door meer samen te werken en het taboe te doorbreken

17-10-2017

‘Geweld in gezinnen is een hardnekkig probleem dat je pas echt tegengaat als beleidsmedewerkers, hulpverleners en onderzoekers zich opener opstellen en meer gaan samenwerken”, dat stelt Majone Steketee in haar inaugurele rede ‘De olifant in de (kinder)kamer’ waarmee ze vorige week haar benoeming tot bijzonder hoogleraar Intergenerationele overdracht van geweld in gezinnen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam accepteerde.

Zo’n 119.000 kinderen in Nederland worden mishandeld in het gezin waarin zij opgroeien. Dat aantal neemt niet af, het aantal (her)meldingen neemt zelfs toe. Het niet erkennen en benoemen van de mishandeling leidt tot een trauma dat impact kan hebben op de volgende generatie.

Steketee schetst het probleem als ‘ingewikkeld en ongemakkelijk’ en benadrukt dat het met regelgeving en beleidsvoornemens niet ‘weg geregeld’ kan worden: “Kindermishandeling wordt nog steeds niet voldoende herkend, en hulp aan kinderen is nog steeds ondergeschikt aan regelgeving en regelzucht.” Met vier grote onderzoeken vanuit haar leerstoel, en met hulp van professionals, wil Steketee de mogelijkheden ontwikkelen om kinderen beter te beschermen en de overdracht van geweld van generatie op generatie een halt toe te roepen.

Vanaf 2016 is Stetekee bijzonder hoogleraar  Orthopedagogiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ook als directeur van het Verwey-Jonker Instituut wil Steketee verder bijdragen aan de aanpak van kindermishandeling.

Lees de oratie ‘De olifant in de (kinder)kamer’