Impasse declaratie jeugdhulp doorbreken

28-7-2015

De NVO kijkt uit naar de publicatie van een tijdelijke ministeriële regeling die het mogelijk maakt om geleverde jeugdhulp te declareren en die tegelijkertijd de privacy van jeugdigen zo optimaal mogelijk beschermt. Deze ministeriële regeling is noodzakelijk omdat naar het oordeel van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) de Jeugdwet geen grondslag biedt voor gegevensuitwisseling in het declaratieproces. Dit vraagstuk speelt al vanaf het voorjaar en een snelle oplossing is nu nodig zodat het proces van declaraties op een rechtmatige wijze kan starten in het belang van het behoud van juiste en zorgvuldige jeugdhulp.

 

Stand van zaken

Op 21 juli 2015 heeft de regering in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat er een tijdelijke regeling komt. Met deze brief reageert de regering op Kamervragen naar aanleiding van berichtgeving op de website Privacybarometer. Inmiddels zijn vervolg Kamervragen gesteld.

 

De tijdelijke regeling is inmiddels met de jeugdhulpbranches, beroepsverenigingen waaronder de NVO, de VNG en cliëntenorganisaties besproken en in concept gereed. Ook is het concept van de tijdelijke regeling aan het CBP ter advies voorgelegd. Naast de tijdelijke regeling wordt er gewerkt aan een wijziging van de Jeugdwet. Dat neemt echter meer tijd in beslag.

 

Het CBP heeft in een reactie laten weten geen bezwaar te maken tegen de tijdelijke regeling, gegeven de ontstane situatie en onder strikte voorwaarden. Een van die voorwaarden is dat de inhoud van de tijdelijke regeling moet zijn afgestemd met vertegenwoordigers van jeugdhulpverleners en gemeenten. Daarnaast stelt het CBP als eis dat de gegevens in hoeveelheid en in detail tot een minimum worden beperkt, er (nog) geen materiële controle plaatsvindt en er analoog aan de volwassen GGZ een opt-out mogelijkheid voor diagnose informatie op de nota in de jeugd-GGZ komt.

 

De NVO heeft samen met het NIP en andere veldpartijen verschillende brieven geschreven en gesproken met vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van VWS en V&J. Op 8 juli jl. stuurden NVO en NIP gezamenlijk een uitgebreid schriftelijk commentaar op de conceptregeling. Tijdens dit hele proces is de NVO kritisch geweest op de gang van zaken en heeft naar voren gebracht dat er snel een wettelijke (tijdelijke) regeling moet komen zodat de impasse wordt doorbroken waarin jeugdhulpaanbieders geen persoonsgegevens kunnen verstrekken én gemeenten geen gegevens mogen verwerken in het kader van het declaratieproces. De NVO heeft haar leden in de tussentijd geadviseerd dat doorbreking van het beroepsgeheim nu alleen kan met de uitdrukkelijke en expliciete toestemming van de cliënt, waarbij het vermelden van diagnose-informatie op de factuur achterwege moet blijven. Het CBP formuleerde immers eerder in een brief dat er in alle andere gevallen nu geen grond is voor de verwerking van die gegevens door gemeenten.

 

In alle brieven en gesprekken heeft de NVO steeds naar voren gebracht dat de beginselen van noodzaak, proportionaliteit, subsidiariteit ertoe nopen dat het belang van gegevensuitwisseling voldoende wordt afgewogen tegen de inbreuk op de (grondrechtelijke) belangen van privacy en beroepsgeheim. Zeker waar het om jeugdhulp gaat, is het van groot belang dat de privacy beschermd wordt. In onze commentaren hebben we erop gewezen dat we snappen dat de administratieve processen, die nog steeds moeizaam verlopen, niet extra belast moeten worden. Probleem is echter wel dat in de standaard voor het berichtenverkeer JW 321 juist wel de diagnosehoofdgroepen zijn opgenomen. Het aanbod dat er nu ligt om in de ministeriele regeling een “verbeterde” versie van de opt-out regeling op te nemen zoals we die al kennen uit de Zorgverzekeringswet, biedt voor een tijdelijke regeling een goed alternatief. Met het CBP hebben we ervoor gepleit dat ook in die gevallen waarin cliënten gebruik maken van de opt-out-mogelijkheid er vooralsnog geen materiële controle kan plaatsvinden. In de gesprekken hebben we aangegeven dat ons akkoord nu, geen carte blanche is voor de permanente ministeriële regeling die op basis van de door een Veegwet te wijzigen Jeugdwet nog tot stand moet komen. Dan zullen ook duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over de situaties en de voorwaarden waaronder materiële controle kan plaatsvinden en hoe en wanneer fraudeonderzoek kan plaatsvinden.

 

We gaan er vanuit dat aan de inbreng van de NVO en andere veldpartijen voldoende tegemoet is gekomen en hopen dat er binnenkort een werkbare ministeriele tijdelijke regeling ligt.