Armeense kinderen Howick en Lili moeten Nederland verlaten

27-8-2018

Afgelopen vrijdag kwam de Raad van State met het oordeel dat de Nederlandse kinderen Howick (13) en Lili (12) uitgezet kunnen worden naar Armenië. Zij verblijven al 10 jaar in Nederland. De NVO vindt deze uitspraak totaal niet terecht en een schending van het VN-Kinderrechtenverdrag.

Experts – ook vanuit de eigen beroepsgroep – schatten in dat terugkeer van Howick en Lili blijvende schade kan opleveren voor hun ontwikkeling. De kinderen hebben nauwelijks kennis van de Armeense taal en hun moeder, die vorig jaar is uitgezet, laat weten de kinderen daar niet veilig op te kunnen vangen.

Schending en schade
Kinderen kunnen ernstige schade in hun ontwikkeling oplopen als ze na worteling in de Nederlandse samenleving alsnog worden uitgezet. In artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag staat dat het belang van het kind een primaire overweging moet vormen bij elke beslissing die een kind raakt. Binnen het familierecht is dat de gewoonste zaak van de wereld. Maar in het vreemdelingenrecht is dit basale rechtsbeginsel nog altijd niet doorgevoerd.

NVO en NIP werken al een aantal jaar samen met het Onderzoeks- en Expertisecentrum voor Kinderen en Vreemdelingenrecht in Groningen, en ondersteunen de uitvoering van diagnostisch onderzoek bij kinderen in migratieprocedures. Op basis van de rapportages daarvan kunnen beslissers het belang van het kind meewegen in het besluit, zoals het VN-Kinderrechtenverdrag vereist. Al in juli 2014 hebben gedragswetenschappers uit Groningen in een gedragswetenschappelijke rapportage over Howick en Lili aangegeven dat de ontwikkeling van de twee kinderen ernstig geschaad wordt bij uitzetting.

Meer informatie

  • Persbericht Raad van State 
  • Nieuwsbericht NOS

  • Meer informatie over de samenwerking van NVO en NIP rond gedragswetenschappelijke onderzoeken bij kinderen in migratieprocedures: https://www.nvo.nl/nvo-in-t-kort/themadossiers/vluchtelingenkinderen.aspx