Kind innovatie lampje schoolbord bril grappig

Plenair Deel

10:00 uur        Opening door de dagvoorzitter
Piet-Hein Peeters is journalist. Hij werkt met grote regelmaat als dagvoorzitter of gespreksleider bij bijeenkomsten over thema’s in de publieke sector. Hij wil dat gesprekken die hij leidt bruikbare inzichten opleveren voor de deelnemers. En hij werkt vanuit de wetenschap dat er niet alleen bij sprekers, maar ook bij bezoekers van bijeenkomsten veel deskundigheid is. Verder is hij in deeltijd programmamaker en gespreksleider bij het team leiderschap van de Politieacademie.

10.10u -11.30u Innovatie in de zorg. Keynotes van Levi van Dam en Eelke Blokker, vervolgens gaat de dagvoorzitter met hen en met de zaal in gesprek.

Keynote Levi van Dam

Het aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp is de laatste jaren flink gegroeid. In 2000 ging het nog om 1 op de 27 jongeren, in 2018 waren dat er 1 op de 8. Is dat omdat opgroeien zoveel ingewikkelder is geworden? Doordat de kinderen en jongeren massaal meer problemen ervaren? Ouders overbelast zijn? Nee. Nederland kent de gelukkigste jeugdigen ter wereld. Het NJI stelt dan ook in een analyse van deze stijging, dat er geen sprake is van een toename in complexiteit van de problematiek van jeugdigen en dat een nieuwe stelselwijziging niet gaat helpen. Onder professionals moet het uitgangspunt ‘jezelf overbodig maken’ meer centraal komen te staan. Alleen hoe doe je dat? Hoe zoek je voortdurend naar vernieuwing, bij hele kwetsbare kinderen?

Dat kan door samen te werken met andere disciplines en de mogelijkheden van technologie veel beter te benutten. De wetenschap op het gebied van geprotocolleerde interventies laat zien dat we in de afgelopen 50 jaar geen effectieven behandelingen hebben ontwikkeld voor de meeste complexe problematiek. Daarom is er ook in de wetenschap een beweging gaande van veel meer maatgericht onderzoek met korte doorlooptijden: agile science. Hoe ziet dit eruit in de praktijk en hoe kun jij dit als professional toepassen?

Levi van Dam was als jongere een ‘stapelaar’. Van het vbo stapte hij over naar de mavo, stroomde door naar de mbo-opleiding sociaal-pedagogisch werk, om na een hbo opleiding sociaal-pedagogische hulpverlening orthopedagogiek te gaan studeren. Eind 2018 promoveerde hij bij de Universiteit van Amsterdam op de JIM-aanpak, een zelfontworpen interventie waarbij jongeren met problemen een mentor uit hun omgeving kiezen.

Op dit moment zet Van Dam zich vanuit Spirit in voor Garage2020, een innovatiewerkplaats die samen met gemeenten en instellingen werkt aan creatieve oplossingen voor complexe vraagstukken in de hulpverlening. Mogelijkheden van bestaande en nieuwe technologie worden hiervoor volop benut, dit vindt plaats in nauwe samenwerking met ontwerpers. Daarnaast zet hij zich vanuit Stichting JIM in om deze aanpak in Nederland en daarbuiten door te ontwikkelen. Vanuit de Universiteit van Amsterdam doet hij onderzoek naar zorginnovatie.

Keynote Eelke Blokker
“We doen net of het gaat om ontembare problemen, allemaal heel ingewikkeld en complex. Maar vaak zijn oplossingen heel eenvoudig. Alleen zijn ze niet eenvoudig te realiseren door allerlei bureaucratie en morele bewaren. Daar proberen we doorbraken in te bereiken en van te leren.” Onorthodoxe oplossingen voor maatschappelijke problemen, hiervoor is onder meer Sociaal Hospitaal opgericht. Casussen multi-probleemgezinnen, alternatieve financieringsmodellen om organisaties te bekostigen,  kortom out of the box denken en doen! In De Pedagoog nr 4 van 2019 kon u al lezen hoe Eelke dat oppakt.

Eelke Blokker (1980) is oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden. Daar houdt hij zich vooral bezig met het realiseren van logische oplossingen voor mensen die onze verzorgingsstaat het hardst nodig hebben. Eerder was hij mede-oprichter en directeur van een particuliere daklozenopvang en zetten hij een werkbedrijf op voor mensen die nauwelijks meer werden uitgenodigd door hun bijstandsconsulent. Eelke studeerde veiligheidskunde en deed een master gezondheidszorg en sociaal werk. Hij is groot fan van het werk van filosoof Michel Foucault. En denkt dat de letters van wet- en regelgeving best deugen in Nederland, maar dat we dagelijks moeten blijven leren daar het goede mee te doen door gebruik te maken van praktische wijsheid.

11.30u - 12.10u         Uitreiking NVO Puur Pedagogiek Thesisprijzen, lancering NVO Puur Pedagogiek Kennis- en Innovatieprijs en Introductie innovatiemarkt

12.10u - 13.10u         Lunch en Innovatiemarkt

13.10u - 14.10u         Ronde 1 deelsessies

14.10u - 14.20u         Wisselpauze

14.20u - 15.20u         Ronde 2 deelsessies

15.20u - 15.50u         Innovatiemarkt, netwerken en koffie/thee

15.50u- 16.30u          Plenair TransformatieTheater

16.30u                       Uitreiking NVO Puur Pedagogiek Innovatiemarkt Prijs, Afsluiting en borrel

Deelsessie 1

Hoezo!? Hoe beïnvloedt de organisatie het probleemgedrag getoond door mijn cliënten?
Hoe beïnvloedt de organisatie het probleemgedrag getoond door mijn cliënten? In het werk binnen de langdurige zorg krijgen medewerkers helaas met enig regelmaat te maken met cliënten die probleemgedrag tonen. Iemand toont probleemgedrag, omdat de context niet goed aansluit; mensen in die context begrijpen diegene verkeerd of overschatten hem of haar. Als we aan context denken, dan denken we vaak aan begeleiders of het team van begeleiders of aan familieleden. Maar daar omheen zijn er nog veel meer professionals betrokken. Al die professionals horen bij een organisatie, die hun attitudes, acties en expertises beïnvloeden. En ook organisaties worden weer beïnvloed, door bijvoorbeeld beleid vanuit de overheid. En uiteindelijk heeft overheidsbeleid, organisatiecultuur en visie, en de mate van samenwerking in de teams van begeleiders weer invloed op het probleemgedrag wat cliënten tonen.

Tijdens deze deelsessie wordt eerst besproken hoe de organisatiecontext van invloed kan zijn op probleemgedrag bij cliënten. Op basis van bevindingen uit literatuuronderzoek, interviews met professionals en familieleden, en focusgroepen worden verbanden gelegd tussen organisatiecontext en probleemgedrag. Van daaruit gaan we aan de slag met hoe deze verbanden in jouw eigen dagelijkse praktijk naar voren komen. En wat dit mogelijk kan betekenen voor de cliënten, waar jij verantwoordelijk voor bent. De verschillende onderzoeksresultaten van de deelonderzoeken uit het promotie onderzoek worden gepresenteerd, om daar vervolgens zelf mee aan de slag te gaan. In de presentatie zal veel aandacht zijn voor de brug van wetenschap naar praktijk.

Vanessa Olivier-Pijpers is science practitioner bij het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Sinds 2016 doet ze promotieonderzoek bij de Erasmus School of Health Policy and Management (ESHPM; voorheen iBMG) van de Erasmus Universiteit, Rotterdam. Ze is afgestudeerd bij Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit van Leiden en bij Zorgmanagement aan de Erasmus Universiteit. Voordat Vanessa ging werken als coördinator bij het CCE, was ze in verschillende functies binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg en epilepsiezorg werkzaam. Op het moment is ze bezig rondom het thema ‘Organisatiecontext en probleemgedrag’ binnen CCE projecten evenals in haar promotie onderzoek.

Deelsessie 2

Waar hoor ik thuis? Het thuisgevoel van jongeren na scheiding.
Ieder jaar krijgen naar schatting 86.000 thuiswonende kinderen in Nederland te maken met de scheiding van hun ouders. Er is al veel onderzoek gedaan naar de gevolgen hiervan. Hieruit komt consequent naar voren dat kinderen die opgroeien in een gezin na scheiding gemiddeld genomen minder goede schoolprestaties hebben, een lager gevoel van welbevinden, minder zelfvertrouwen, meer internaliserende en externaliserende problemen, en meer problemen in relaties dan kinderen uit ‘intacte’ gezinnen. De verschillen binnen de groep kinderen na scheiding zijn echter aanzienlijk; na verloop van tijd blijkt het met de meerderheid van de kinderen weer goed te gaan, terwijl er een kleine groep is die langer durende en ernstigere problemen laat zien. Tegenwoordig richt onderzoek zich dan ook meer op factoren in het kind, bij de ouders, of in de omgeving, die bepalen of het meer of minder goed gaat met kinderen na scheiding.

Waar tot op heden nog weinig onderzoek naar gedaan is, is het thuis-gevoel van kinderen na scheiding. Dit thuis-gevoel, het gevoel ergens bij te horen (“the need to belong”) is een fundamentele menselijke behoefte. We weten dat dit gevoel heel belangrijk is voor de gezondheid en het welzijn van kinderen. Maar, hoe en waar voelen jongeren zich thuis wanneer ze opgroeien met gescheiden ouders? Wat kan sociale verbondenheid met familie, vrienden, school en buurt betekenen voor hun welzijn? Tijdens deze deelsessie wordt eerst een korte samenvatting gegeven van recent wetenschappelijk onderzoek rondom scheiding en kinderen, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de recent gereviseerde richtlijn scheiding en jeugdigen. Van daaruit wordt een link gelegd met ons huidige onderzoek Waar hoor ik thuis? een langlopend, multidisciplinair onderzoek vanuit de Universiteit Utrecht. Wij presenteren de eerste onderzoeksresultaten van de (pilot)studie en de huidige stand van zaken. In de presentatie zal veel aandacht zijn voor de brug van wetenschap naar praktijk.

Zoë Rejaän doet sinds 2018 promotieonderzoek bij de onderzoeksgroep Jeugd en Gezin van de Universiteit Utrecht. Momenteel is zij betrokken bij een groot longitudinaal en multidisciplinair onderzoek naar het thuisgevoel van jongeren na scheiding: Waar hoor ik thuis. Eerder behaalde Zoë haar bachelor Pedagogische Wetenschappen en master Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. In haar masterthesis onderzocht ze de manier waarop ouders samen opvoeden na scheiding, en de relatie tussen opvoedgedrag van gescheiden ouders en probleemgedrag bij Nederlandse jongeren. 

Inge van der Valk studeerde psychologie in Leiden, met als afstudeerrichting methoden & technieken van psyhologisch onderzoek. Daarna deed zij promotie-onderzoek bij Pedagogische wetenschappen in Utrecht, op het onderwerp huwelijksproblemen, scheiding en het functioneren van jongeren. In het post-doc onderzoek dat hierop volgde lag de nadruk op contact met ouders in conflictrijke en harmonieuze scheidingen. Nu werkt zij als universitair docent-onderzoeker bij de onderzoeksgroep Jeugd & Gezin van de UU en is o.a. betrokken bij diverse onderzoeken naar kinderen en scheiding en bij de revisie van de richtlijn scheiding en jeugdigen. 

Deelsessie 3

Terughoudend met Onvrijwillige zorg, hoe doe je dat en wat kunnen jeugdhulp en gehandicaptenzorg hierin van elkaar leren.
In alle domeinen waar orthopedagogen werken komt onvrijwillige zorg voor. Wat is onvrijwillige zorg, welke alternatieven zijn er, hoe kun je terughoudend in zijn. Wat kunnen domeinen van elkaar leren? Zo spelen met name in de jeugdhulp en gehandicaptenzorg dezelfde ontwikkelingen. Zo ‘ontdekt’ de jeugdhulp het belang van een beter leefklimaat in geval van opname, terwijl dat in de gehandicaptenzorg al veel meer een vanzelfsprekendheid is. De jeugdhulp onderzoekt mentorschap, maar lijkt onbekend met de wetenschappelijke en juridische kennis die daarover in de gehandicaptenzorg als is opgedaan. In de jeugdhulp worden separeercellen gesloten omdat ze niet meer worden gebruikt; onbekend is of en wat de gehandicaptenzorg daarvan kan leren. Evidence die in onderzoeken in de jeugdhulp wordt opgedaan is wellicht te benutten in de gehandicaptenzorg. Er speelt zelfs een formeel vraagstuk: in hoeverre valt gesloten jeugdhulp onder de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte ggz?

Presentaties en panelgesprek met Annemiek Harder, Arne Popma, Gera Hartholt en Matthijs Heijstek.

Annemiek Harder is als bijzonder hoogleraar werkzaam op de Horizon-leerstoel Wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg en onderwijs bij de sectie Ortho- en Gezinspedagogiek van de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is ook bestuurslid van de NVO. Haar missie is om de kwaliteit en effectiviteit van behandeling voor jongeren met ernstige gedrags- en opvoedingsproblemen te vergroten. Dit probeert ze te doen door middel van praktijkgericht onderzoek naar werkzame factoren in de hulpverlening en training van professionals. Met het onderzoek probeert ze een antwoord te geven op de vraag: Wat werkt, voor wie, wanneer en waarom? Sinds de afronding van haar opleiding psychologie houdt zij zich bezig met onderzoek naar hulp aan uithuisgeplaatste jeugdigen. Zo zal ze in het voorjaar van 2020 samen met Erik Knorth en Chris Kuiper en met bijdragen van diverse deskundigen vanuit de praktijk en wetenschap het boek Uithuisgeplaatste jeugdigen: Sleutels tot succes in behandeling en onderwijs publiceren. Zie voor meer informatie: https://www.eur.nl/people/annemiek-harder.

Arne Popma is oa. hoofd afdeling en hoogleraar Kinder- en Jeugdpsychiatrie VUmc, kinder- en jeugdpsychiater bij de Bascule.

Gera Hartholt is orthopedagoog generalist en inmiddels al weer zo’n 20 jaar werkzaam binnen Abrona, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking in de regio Utrecht. Zij is als behandelaar verbonden aan woonvoorzieningen en houdt zich daarnaast al een aantal jaren bezig met de implementatie van de WZD binnen Abrona. In haar nieuwe rol als WZD-functionaris hoopt zij een bijdrage te kunnen leveren aan het bewust omgaan met onvrijwillige zorg en het terugdringen daarvan. Naast haar werkzaamheden bij Abrona, werkt zij een aantal uren bij de NVO als supervisor op buro. Hier houdt zij zich in het bijzonder bezig met allerlei zaken gerelateerd aan het geven van supervisie in het kader van verschillende registratie-trajecten.

Matthijs Heijstek werkt als orthopedagoog-generalist in de zorg bij mensen met een verstandelijke beperking bij Amerpoort in Soest. Hij is onder andere verbonden aan een woon-werkgemeenschap voor cliënten met moeilijk verstaanbaar gedrag. Daarnaast is hij docent in het masterprogramma van de Clinical Child, Family and Education Studies (CCFES) aan de Universiteit Utrecht en vervult hij ook onderwijstaken bij de Faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen (FGB) van de Vrije Universiteit Amsterdam. Matthijs publiceerde de afgelopen jaren een aantal boeken voor begeleiders, waaronder: Methode ARGOS over de begeleiding van mensen met een hechtingsstoornis en een verstandelijke beperking en Geef mij je hand over geestelijke verzorging.

Deelsessie 4

N= 1. Gedragswetenschap is rocket science in het kwadraat! Een pleidooi en presentatie voor een meer persoonlijke diagnostiek, behandeling en onderzoek in de gehandicaptenzorg en jeugdzorg.
Te vaak worden classificerende labels als LVB, ADHD, ASS gebruikt als verklaringen opgevat voor probleemgedrag. De complexiteit van de sociale werkelijkheid maakt dat het erg verleidelijk is om ééndimensionale begrippen te gebruiken en daarmee voorbij te gaan aan het ingewikkelde samenspel van vele factoren in en rond een persoon die het handelen van deze persoon bepalen. Dit kan weer leiden tot het gebruik van standaard-behandelprotocollen in de klinische praktijk en het toetsen van werking van behandelingen door middel van groepsstudies (RCT’s). De verschillen tussen personen (vaardigheidsprofielen; geschiedenissen) worden aldus als ruis beschouwd in plaats van als dé mogelijkheid om het individuele denken, voelen en handelen te begrijpen en te beïnvloeden. De hoogste tijd voor een meer persoonlijke benadering in de zorg!

In deze presentatie zullen mogelijkheden worden aangereikt om deze persoonlijke benadering in de zorg vorm te geven. Zowel wat betreft het classificeren, de diagnostiek, de behandeling als het toetsen van de behandeleffecten.

Albert Ponsioen is klinisch neuropsycholoog en werkzaam bij Training & Onderzoek Polsbroek (TOP), bij het Landelijk Kenniscentrum LVB (www.kenniscentrumlvb.nl) in Utrecht en bij de stichting Gaming & Training (www.gamingandtraining.nl). Zijn stokpaardjes/specialismen zijn: intelligentieonderzoek; neuropsychologische diagnostiek en behandeling; single case studies.

Deelsessie 5

Multideskundigheid bij multiproblematiek Maatwerkaanpak  voor gezinnen met meerdere en ernstige problemen
Doorbraak! - gericht zich op gezinnen met meerdere ernstige problemen - is de maatwerkaanpak die Accare heeft ontwikkeld door kennis uit onderzoek te verbinden met de ervaringskennis van het gezin voor een doorbraak in de hulp. De maatwerkaanpak richt zich op gezinnen met meerdere ernstige problemen: problemen met hun gezondheid psychische problemen (zoals angst, depressie, verslaving), problemen bij het opvoeden van de kinderen  en problemen met wonen, geld of relatieproblemen. Er wordt uitgegaan van bestaande wetenschappelijke inzichten en beschikbare kennis: wat werkt goed bij deze gezinnen? Die inzichten (zoals het maken van een grondige en gedeelde visie op de problemen, heldere en haalbare doelen stellen samen met het gezin, duidelijke regieafspraken) verwerken we in een concreet stappenplan waarin de gezinnen zelf en de ervaringen die zij hebben opgedaan met hulpverlening een centrale plaats krijgen.

De gemeente en de organisaties die meedoen aan Doorbraak! maken samen de uitvoering van het plan mogelijk. Soms zijn er ‘hobbels’ die het voor het gezin en de hulpverleners moeilijk maken om te doen wat in het plan is afgesproken. Bijvoorbeeld omdat er geen geld is of omdat verschillende afdelingen van de gemeente of verschillende organisaties onderling niet goed samenwerken. In deze presentatie worden de ervaringen tot nu toe gedeeld.

Marike Serra is ontwikkelingspsycholoog en werkt ruim 20 jaar in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ze is begonnen als promovendus en werkt sinds 2007 als adviseur bij Accare. Binnen die organisatie heeft zij een breed inhoudelijk takenpakket. Ze coördineert kennisontwikkeling en zorginnovatie, adviseert over outcome-metingen (ROM en clienttevredenheid) en zorgverkoop in de regio's, en is als senior onderzoeker betrokken bij twee Regionale Kenniswerkplaatsen (Friesland en Groningen) en verschillende praktijkgerichte onderzoeksprojecten (Jeugdhulp bij de Huisarts en Ketenbreed Leren). Naast haar werk bij Accare is Marike hoofdredacteur van het vakblad Kind & Adolescent Praktijk.

Deelsessie 6

Passend onderwijs écht passend maken: ook voor thuiszitters! 

Thuiszitten, dat zou geen leerling moeten overkomen en helaas zijn dat er nog steeds veel te veel. Verdrietige en boze ouders en leerlingen weten zich soms geen raad meer. Niet alleen de thuissituatie is complex en gecompliceerd. Ook professionals in het onderwijs, de jeugdhulp of de arbeidsmarkt bestempelen de situatie zo. Zo worstelt een heel systeem. Hoe krijg je dit systeem weer in beweging? De gezamenlijke aanpak van Gedragswerk met Marc Dullaert resulteerde onlangs in het rapport: ‘de kracht om door te zetten’. Leer in deze sessie van Gedragswerk wat er meer en anders kan.

Vanuit ervaring/aanpak en vooral verhalen in het ‘anders kijken/anders handelen’ gaan zij het gesprek aan met de zaal over aanpak, ervaringen, resultaten en oplossingen. De meestgehoorde kreet: “ ja, maar: dat gaat geld kosten” wordt getackeld en aan de hand van het spel ‘Goud in Handen’, krijgt u een oefening in de geld-verdeel-aanpak rond onderwijs/zorg.

Bart van Kessel is pedagoog en afkomstig uit de wereld van het ZMOK, was daar directeur en was coördinator van een samenwerkingsverband. Werkte onder meer bij een besturenbond (VOS/ABB) en is nu directeur van Gedragswerk en veelgevraagd spreker, ondersteuner.

Albert Boelen is socioloog/onderwijskundige en was leerkracht in het IHNO/MHNO, werkte in het MBO, was directeur van een PABO en bestuurder in de zorg en in het speciaal onderwijs. Tevens was hij adviseur bij LECSO en de PO-Raad en is nu onder meer adviseur onderwijs/jeugd en sparring partner bij Gedragswerk.

Ga terug naar Aanmelding & Inschrijving.