Tablet vs leesboek

Plenaire Inleiding 'We willen trotse orthopedagogen zijn'

Afbeelding: Moonen Xavier hoogleraar FMG Foto.GillissenOgmail.com IMG_3576-1

Orthopedagogen zijn onmisbaar in het veld van onderwijs en zorg. Zij hebben een unieke, wetenschappelijke gefundeerde kijk op de ontwikkeling van kinderen en op krachten en problemen van kinderen en mensen in een afhankelijks relatie en hun families. Ze kunnen individueel maar ook uitstekend in multi professionele teams functioneren. Hoe dient de moderne orthopedagogen zich te positioneren? Wat zijn kansen en valkuilen van orthopedagogen en de orthopedagogiek?

In deze interactieve presentatie wordt hier op ingegaan en wordt aan de hand van voorbeelden aangegeven hoe de orthopedagogen zich nog beter kunnen positioneren en presenteren.

Prof. dr. Xavier Moonen is orthopedagoog en GZ-psycholoog. Hij is verbonden aan Koraal te Sittard, is bijzonder lector ‘inclusie van mensen met een verstandelijke beperking’ aan de Zuyd Hogeschool te Heerlen en bijzonder hoogleraar kennisontwikkeling over kinderen en jongvolwassenen met licht verstandelijke beperkingen en gedragsproblemen aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn interesse gaat uit naar communicatie met mensen met verstandelijke beperkingen, naar instrumentontwikkeling voor allerlei aspecten van licht verstandelijke beperkingen, naar onderzoek bij mensen met verstandelijke beperkingen in contact met politie en justitie en naar het zelf onderzoek doen door mensen met verstandelijke beperkingen.

Deelsessies

U kunt deelnemen aan 2 van de 4 deelsessies. U kunt een voorkeurkeuze voor 3 deelsessies opgeven.
Wij doen ons best om u te plaatsen in 2 van deze 3. 


Deelsessie 1, Marja Kraaij en Ria Leunk ‘Hechting; een leven lang! Hechting. Invloed uitoefenen op de kwaliteit van de hechtingsrelatie; de basis van de ontwikkeling. Deze deelsessie is vol.

Marja en Ria spreken over de betekenis die het jonge kind hecht aan de opvoeders. De rol die opvoeders daarin hebben en welke basisvaardigheden dit van de opvoeders vraagt. Zij hebben aandacht voor de effecten van veilig dan wel onveilig gehecht zijn op het levensverhaal van het kind.

Hechting wordt toegelicht vanuit een doorlopend proces van jezelf in relatie tot de anderen om je heen. Er is specifiek aandacht voor de diagnostische instrumenten en behandelmogelijkheden vanuit de NJI erkende interventie NIKA. Daarnaast is er aandacht voor de relatie tussen trauma en hechting en tussen LVG problematiek en hechting.

Ria Leunk en Marja Kraaij hebben jarenlang bij Jeugdbescherming Gelderland gewerkt waar zij de opleiding tot NIKA trainer hebben gevolgd. Sinds mei 2017 zijn zij een maatschap gestart, de Basis “Hechting en Trauma”. De diagnostiek module NIKA ondersteunt om tot meer gewogen beslissingen te komen rondom thuis en uithuisplaatsingen in zeer complexe casuïstiek. Ria en Marja ervaren het als een prachtige interventie die bij meer gezinnen een uitkomst kan bieden om ‘intergenerationele’ problematiek te doorbreken. Zie voor meer informatie: http://www.debasis-hechtingentrauma.nl/. Middels het tijdig inzetten van de NIKA interventie om de kwaliteit van de hechtingsrelatie te verbeteren, kunnen veel problemen op latere leeftijd voorkomen worden.

Deelsessie 2, Aafke Scharloo ‘Er is er maar 1 iemand nodig...’. Deze deelsessie is vol.

Er zit een flink gat tussen wat we weten uit de literatuur over hoe vaak kinderen slachtoffer worden van mishandeling en hoe vaak we het daadwerkelijk signaleren. Een factor die hierin een grote rol speelt is een onbewuste afweer bij onszelf. We kúnnen en wíllen het niet geloven. De meldcode kan ons helpen door onze eigen afweer hen te breken.

Schade beperken
Een belangrijke reden om véél meer aandacht te besteden aan vroege signalering van mishandeling en seksueel misbruik is dat het niet zomaar stopt. Plus dat je er snel bij moet zijn om de schade zoveel mogelijk te beperken. We weten immers dat langdurige mishandeling en verwaarlozing leidt tot schade in het neurologisch systeem. Daar komt bij dat jonge hersen en nog plastisch zijn en zich relatief snel kunnen herstellen, een reden te meer om snel tot handelen over te gaan.

Durven opstaan
Struikelblok bij het herkennen van mishandeling en misbruik is dat kinderen het meestal niet bij je komen om het uit zichzelf vertellen. De vraag is dus hoe je er wél achter komt. Zorgprofessionals zijn over het algemeen geneigd voornamelijk te letten op signalen bij het kind. Denk aan extreem blauwe plekken of verwondingen. Breder kijken, bijvoorbeeld naar de ouder en signalen vanuit de omgeving, is echter van belang. Het signaleren van seksueel misbruik en kindermishandeling vraagt bovendien om lef, zowel van individuele medewerkers als van organisaties. Iedereen die binnen de zorg werkt, moet durven opstaan voor een kind. Te vaak komt het voor dat men eerst heel zeker wil weten voordat tot melden wordt overgegaan. Als dát het uitgangspunt is, kan het lang duren voordat kinderen hulp krijgen. Misbruik en mishandeling spelen zich namelijk vrijwel altijd in het verborgene af.

Aafke Scharloo is orthopedagoog en klinisch psycholoog en zelfstandig gevestigd op het gebied van kinderen en volwassenen met ontwikkelingsproblemen seksueel misbruik, mishandeling en trauma. Ze werkt aan complexe casuïstiek op dit gebied door het hele land zowel via de Centra voor Consultatie en Expertise ( CCE) als op aanvraag van instellingen en personen. Ze mede- auteur van het boek: SOS : Snelle Opvang na seksueel Misbruik van mensen met een verstandelijke beperking en was lid van de voormalige Taskforce Kindermishandeling en Seksueel Misbruik.

Deelsessie 3, Margot Peeters ‘Gamen en de virtuele wereld; de uitdagingen en risico’s  voor adolescenten’

Een toenemend aantal adolescenten besteedt hun vrije tijd aan het spelen van games. Voor veel van deze jongeren is gamen een onschuldige en leuke manier om hun tijd door te brengen. Net als veel andere gedragingen, zoals drinken, roken, seksueel gedrag, is het ook voor gamen van belang dat adolescenten gezonde zelfregulatievaardigheden ontwikkelen. Echter, voor sommige jongeren is het lastiger maat te houden met gamen dan voor anderen. Welke factoren liggen ten grondslag aan dit verschil tussen jongeren, en kunnen we zien welke jongeren een groter risico lopen op problematisch gamen vergeleken met hun leeftijdsgenoten? En welke adviezen kunnen we ouders en scholen mee geven om ze te ondersteunen in het herkennen van problemen zonder dat we jongeren onnodig een leuke vrijetijdsbesteding afnemen.

Margot Peeters heeft in 2007 haar bachelor in pedagogische wetenschappen behaald aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hierna heeft zij een researchmaster (Behavioral Science Institute) gevolgd. In 2009 startte zij met haar promotieonderzoek naar de invloed van gedragscontrole en automatische processen op de ontwikkeling van alcohol en andere middelengebruik in de adolescentie. In 2014 promoveerde ze cum laude aan de Universiteit van Utrecht (promotoren prof. Reinout Wiers & prof. Wilma Vollebergh). Momenteel is zij universitair docent bij de afdeling Jeugdstudies (UU). Haar onderzoek richt zich op de ontwikkeling van verschillende risicogedragingen (alcohol, drugs, externaliserende problemen en gamen) in de adolescentie en jong volwassenheid. Ze doet onderzoek naar de individuele verschillen in sociale en cognitieve processen die mogelijk ten grondslag liggen van deze risicogedragingen.

Deelsessie 4,  Marja Hodes ‘Met een kind wordt alles anders... Over Kinderwens en Ouderschap bij mensen met verstandelijke beperkingen’

Kinderwens en ouderschap zijn belangrijke thema's in de volwassen levensfase. Dit geldt ook voor mensen met verstandelijke beperkingen. Zij hebben echter met veel meer uitdagingen en (voor) oordelen te maken dan mensen zonder verstandelijke beperkingen.

In deze presentatie hoor je de laatste stand van zaken op het gebied van onderzoek en interventies.

Daarnaast staan we uitgebreid stil bij wat jij als basis orthopedagoog kunt betekenen in de ondersteuning van mensen met verstandelijke beperkingen als er een kinderwens speelt. En wat kun je doen voor ouders en kinderen in de fase van ouderschap.

Marja Hodes is orthopedagoog-generalist en klinisch psycholoog. Zij is leidinggevende van het regionaal Diagnostiek en Behandelteam van ASVZ, een zorgaanbieder in de zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen. Marja werkt al 34 jaar samen met gezinnen met ouders met verstandelijke beperkingen en hun kinderen. Marja is de ontwikkelaar van de 'Kinderen, waar kies ik voor?' koffer, welke in 2010 de Gehandicaptenzorgprijs heeft gewonnen. In 2017 is Marja aan de VU Amsterdam gepromoveerd op het onderwerp 'Wat werkt voor ouders met verstandelijke beperkingen'.
Daarnaast is Marja supervisor en opleider en heeft ze de landelijke opleiding voor supervisoren mede ontwikkeld (Supervisie Geven aan Gedragswetenschappers), die ze inmiddels al 15 jaar geeft.

Sprekers

Duo portret 1
Ria Leunk en Marja Kraaij
Aafke Scharloo
Aafke Scharloo
Margot Peeters
Margot Peeters
DSC_1123
Marja Hodes

Gezamenlijke Afsluiting 'Het lichaam spreekt de mond voorbij'

Afbeelding: Gerard Stokking

Lichaamstaal vertaalt onze denkwereld: zonder dat we het doorhebben laat het lichaam zien wat we niet hardop zeggen. Lichaamstaal is transparant omdat het lichaam niet heeft geleerd te liegen.

Gerard Stokkink is Hoofd ELN (Expertisecentrum Lichaamstaal Nederland), hij studeerde psychologie en culturele antropologie en specialiseerde zich in non verbale communicatie bij o.m. P.Ekman en de grondlegger van synergologie® Philippe Turchet, van wie hij (Frankrijk, 2005) de titel 'synergoloog' ontving. Van 2011 tot 2015 werkte Gerard als docent op de HvA/UvA waar hij lichaamstaal op SPH en MWD-studies als minor introduceerde.
Expertisecentrum Lichaamstaal Nederland (ELN) verzorgt gecertificeerd onderwijs in lichaamstaal met accreditatie van o.m. SKJ-jeugd en CRKBO.

Ga terug naar de Inschrijving.