Actieplan professionalisering jeugdzorg

Op vrijdag 15 oktober j.l. in Nieuwspoort overhandigde Ella Kalsbeek, voorzitter stuurgroep Actieplan Professionalisering Jeugdzorg het eindrapport aan Pierre Heijnen, voorzitter van de Algemene commissie voor Jeugd en Gezin van de Tweede Kamer en aan Léon Wever, directeur Jeugdzorg programmaministerie voor Jeugd en Gezin.
  

‘Een stevig fundament’ voor de professionalisering van de jeugdzorg  noemde de voorzitter het rapport, dat tot stand kwam door door de constructieve inbreng van een groot aantal partijen.
Heijnen en Wever ontvingen dan ook een fors pakket.

Onderdeel daarvan was het deelrapport ‘Op het goede spoor’. Daarin doen de gezamenlijke beroepsverenigingen in de jeugdzorg aanbevelingen over beroepsethiek, beroepscodes en tuchtrecht in de jeugdzorg.

Demissionair minister Rouvoet krijgt hiermee concrete aanbevelingen voor een heel kwaliteitssysteem voor de jeugdzorg, en niet alleen het sluitstuk tuchtrecht waar hij om vroeg. 
Ondanks de betrokken inzet van vele individuele werkers en professionele organisaties kwam de Jeugdzorg in Nederland in het verleden soms in beeld als een zorgenkindje. Gebrek aan afstemming en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden waren veel gehoorde klachten.

De beroepsverenigingen geven met ’Op het goede spoor’ een impuls aan het beter toerusten en faciliteren van professionals in de Jeugdzorg.  De focus in de jeugdzorg moet sterker komen te liggen op mensen, en minder op structuren. Het gaat om zaken waar de cliënt uiteindelijk echt baat bij heeft: goed opgeleide professionals die ouders en kinderen met kennis van zaken, respectvol en integer bejegenen, en die daarop aan te spreken zijn. Dit zijn de pijlers van beroepsethiek , beroepscodes en tuchtrecht. De professional moeten dan wel goed wordt toegerust en in staat worden gesteld volgens de vereiste kwaliteitsnormen te werken. 

Een greep uit het rapport:

 

  • Beroepscodes bieden professionals een kader voor hun beroepsmatig handelen, een kapstok voor het bespreekbaar maken van beroepsethische dilemma’s met collega’s, ook uit ander disciplines. 
     
  • Voor cliënten betekenen de beroepscodes duidelijkheid over de verantwoordelijkheden van de hulpverleners en hoe zij hen daar op aan kunnen spreken.
     
  • De professionals binden zich door beroepsregistratie aan deze beroepscodes.
     
  • (Her)registraties bieden de beroepsverenigingen een middel  om de noodzakelijke kwaliteit van opleidingen, bij- en nascholing, intervisie, supervisie e.d. te bewaken en te bevorderen.
     
  • Het rapport doet uitspraken over de bekendheid en betrokkenheid van werkers met beroepscodes en hoe ze hier in de praktijk mee om kunnen gaan en hoe die steun en houvast kan bieden.
     
  • De beroepsverenigingen moeten er ‘als hoeders van beroepscodes en tuchtrecht’ aan bijdragen dat beroepsethiek een duidelijker en meer vanzelfsprekende rol gaat spelen bij de dagelijkse uitoefening van het vak. Beroepsethiek moet de spil zijn van kwaliteitsbeleid en de beroepscodes zijn instrumenten waarmee de beroepsgroep kan leren en aan zichzelf regels kan opleggen.
     
  • De werkgevers moeten tijd en geld beschikbaar stellen voor bij- en nascholing en intervisie.
     


U kunt het deelrapport over beroepsethiek, beroepscodes en tuchtrecht in de jeugdzorg downloaden via>Op het goede spoor

Het complete rapport kunt u downloaden via >Eindrapport

Een overzicht van de resultaten van álle deelprojecten in het actieplan vindt u op >Website NJI 
 

>Terug naar Jeugdzorg